Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Opname

Inleiding

Uw kind kan om verschillende redenen opgenomen worden in het kinderziekenhuis. Soms is het om onderzoeken uit te voeren, een andere keer omdat er een ingreep moet plaatsvinden, en soms omdat uw kind ziek is. Deze tekst helpt u om de opname in het ziekenhuis zo goed mogelijk voor te bereiden en te begrijpen hoe alles in zijn werk gaat.

De opnamedag

U hebt een datum gekregen waarop uw kind wordt opgenomen in het kinderziekenhuis Gasthuisberg. Op die dag meldt u zich op het afgesproken uur aan in de grote inkomsthal aan de inschrijvingen. U dient vooral de SIS-kaart van uw kind niet te vergeten. Nadat uw kind is ingeschreven zal iemand u begeleiden naar de afdeling waar uw kind zal verblijven.

De verder tekst gaat over hoe het verblijf van u en uw kind verloopt wanneer er een operatie gebeurt. Indien uw kind komt voor onderzoeken, verloopt alles nagenoeg hetzelfde, maar in plaats van de operatie volgt er in uw geval een onderzoek.

Wat neemt u mee naar het ziekenhuis?

- Eigen dingen.

Dingen waaraan uw kind erg gehecht is, zoals een knuffeldier, een doek, een boek, enz. het knuffeldier is zeer belangrijk in het verdere verloop van het ziekenhuisverblijf. Door het knuffeldier erbij te betrekken, krijgen het gebeuren en de omgeving voor uw kind toch iets meer van de eigen 'nestwarmte'.

- Speelgoed.

Breng vooral dat speelgoed mee waarmee uw kind gemakkelijk in bed kan spelen. Het mag dus niet al te groot of ingewikkeld zijn. Ook moet u bij de keuze eraan denken dat uw kind een hele tijd een infuusje zal hebben waardoor het maar een handje vrij heeft om mee te spelen.

- Een pyjama die vooraan volledig open kan (zodat de verzorging later niet gehinderd wordt).

- Een warme kamerjas.

- Slippers of pantoffels voor de grotere kinderen.

- Toiletgerief.

- Speelkleding die vooraan volledig open kan.

- Een wekker.

- Eventueel foto's van familieleden, vriendjes of huisdieren.

- Adressen en telefoonnummers van familie en vrienden.

Rooming-in

Ook in ons ziekenhuis bestaat de mogelijkheid dat een van de ouders bij het patiëntje blijft slapen. De kans bestaat echter wel dat u voor de ingreep op een zaal komt te liggen. De individuele kamers zijn immers bij voorrang bestemd voor de kinderen die reeds geopereerd zijn. Vlak na de ingreep zal uw kind op de afdeling intensieve zorgen verblijven. Tijdens die periode kan u niet in het ziekenhuis blijven overnachten. Dan moet u voor uzelf een andere verblijfplaats vinden. Het ziekenhuis beschikt over een lijst van mogelijke verblijfplaatsen voor ouders, die zich meestal in de directe omgeving van het ziekenhuis bevinden. Wanneer uw kind de afdeling intensieve zorgen mag verlaten, kan u opnieuw bij uw kind overnachten. Dit houdt in dat u uw kind zelf wast, eten geeft, enz. De echte medische verzorging gebeurt uiteraard door het verplegend personeel. Zij zullen u ook steeds bijstaan bij problemen. Als u even weggaat om te eten, een luchtje te scheppen ,of wat dan ook, moet u de verpleegkundigen verwittigen. Op dat ogenblik kan een wekker nuttig zijn. U kunt uw kind dan tonen waar de wijzer zal staan wanneer u terugkomt. U blijft best nooit langer dan een uur weg. Tijdens het verblijf op de kamer is het heel belangrijk uw kind veel te knuffelen. Het kind maakt immers een moeilijke periode door en dat geeft het gevoel dat u die gebeurtenis samen beleeft. Geef veel aandacht maar verwen ook niet te veel. Er moeten beslist grenzen blijven.

Het eerste bloedonderzoek

 Een tot twee dagen voor de ingreep worden een paar onderzoeken uitgevoerd, vooral om sluimerende infecties op te sporen. Een kinderarts zal uw kind volledig nakijken en specifieke vragen stellen naar recente infecties. Wanneer een infectie wordt vastgesteld, wordt de operatie een paar dagen tot weken uitgesteld. Met een bloedonderzoek kunnen de artsen infecties opsporen en eveneens een paar andere zaken in het licht stellen. Zo kijken ze bijvoorbeeld de nierfunctie na, samen met de bloedstolling en de rode en witte bloedlichaampjes. Tijdens een hartoperatie is het meestal nodig dat er bloed wordt gegeven aan uw kind. Daarom zullen de artsen ook op voorhand nagaan welke bloedgroep uw kind heeft en of het compatibel is met het donorbloed. Dit wil zeggen dat men gaat nakijken of er geen abnormale of allergische reactie kunnen optreden tijdens de transfusie.

Een bloedprikje gaat steeds gepaard met pijn. Dan komt het knuffeldier of een zakdoekje van mama steeds van pas. Ook zal men voor de ingreep nog een radiografie van de longen maken. In ons ziekenhuis komt de dag of de avond voor de ingreep steeds de anesthesist langs. Hij is de arts die uw kind de volgende dag onder verdoving zal brengen. Hij onderzoek uw kind ook nog eens en zal specifieke vragen stellen over het verdragen van bepaalde medicaties en allergie. Indien mogelijk komen ook de hartchirurg en de kindercardioloog even langs.

Het infuus

Een hartoperatie is een ernstige ingreep waarbij zeker een infuus nodig is. Het infuus is er voor het gemak van iedereen, hoewel het soms heel lastig kan lijken voor uw kind. Via het infuus kunnen de artsen en de verpleegkundigen gemakkelijk allerlei stoffen toedienen: water, zouten, suikers en andere voedingsstoffen, medicatie en bloed.

Voorbereiding voor de operatie

Het haar

Bij kindjes met lang haar, worden er vlechtjes of staartjes gemaakt. Zelfs wanneer een patiëntje onder verdoving is, maakt het hoofd soms nog ongecontroleerde bewegingen. Daardoor kan een patiëntje met langer haar er wel eens een verwarde haardos vol met knoopjes aan over houden. Het is aan te raden om deze staartjes te behouden totdat uw kind reeds enige dagen op de kamer verblijft, omdat het meestal toch nog een tijdje moet blijven liggen. De avond voor de operatie krijgt uw kind ook nog een ontsmettingsbad. Omdat het voor en tijdens de operatie nuchter moet zijn, mag uw kind de avond en de nacht ervoor niets meer eten of drinken.

Nog een prikje

Ongeveer een half uurtje voor de operatie krijgt uw kind nog een prikje om rustig en slaperig te worden. Het zal er ook voor zorgen dat uw kind zich nadien niets meer van het hele gebeuren zal herinneren. Hoe klein het kind ook is, het is belangrijk om uit te leggen waarvoor al die prikjes dienen. Een prik doet immers steeds pijn, ook bij volwassenen. Men moet het dus niet wegwuiven met de woorden 'flauw' of 'het is niets'. Men kan het kind helpen door het truukjes te geven om de pijn minder te voelen. U kan uw kind bijvoorbeeld afleiden op het ogenblik dat er geprikt wordt. Ofwel laat u uw kind hard uitblazen bij de prik (een beetje vergelijkbaar met de ademhalingsoefeningen voor een barende vrouw).

Wat vertel ik mijn kind?

Bij jonge kinderen is het aangewezen niet al te veel te vertellen over de ingreep zelf. Als dat al moet gebeuren, laat u dat beter over aan de ervaren kindercardioloog. Een kind heeft namelijk een grenzeloze fantasie, en een al te gedetailleerde beschrijving van het gebeuren zou uw kind enkel maar kunnen afschrikken. 'De dokter zal je hartje goed maken', is meestal al genoeg informatie voor uw kindje. Voor de informatie die u nodig hebt, kunt u het beste terecht bij uw kindercardioloog of de hartchirurg.

Naar het operatiekwartier

Nu wordt uw kind door iemand naar het operatiekwartier gebracht. Het knuffeldier mag mee en mag zelfs later op de afdeling intensieve zorgen bij uw kind blijven. Voor vele kinderen is dat een grote steun, vooral omdat ze hun ouders in die periode minder zien. Het is voor hen een vertrouwd beeld in die vreemde omgeving. U mag uw kind vergezellen tot aan de deuren van het operatiekwartier. Uw kind is dan zachtjes aan het wegdommelen onder invloed van de medicatie. Wanneer de deuren van het operatiekwartier zich sluiten, wordt uw kind naar een soort van wachtzaal gebracht waar het zal afgehaald worden zodra de operatiezaal vrij is.

U moet steeds weten dat uw kind in goede handen is en dat u steeds op de hoogte zal worden gehouden van alle gebeurtenissen.

Wat u nu doet, hangt voor een groot deel af van uw ingesteldheid. Tijdens de volgende uren lopen de emoties hoog op. Om die moeilijke periode door te komen, kunnen we een aantal suggesties doen. Het is echter aan u om te beslissen waar u op dit ogenblik het meest mee gebaat bent.

U kan op de verpleegafdeling van het kinderziekenhuis wachten, waar het verplegend personeel u zo goed als mogelijk opvangt. Zij kunnen ook af en toe eens bellen naar het operatiekwartier, om te horen hoe de operatie verloopt.

Er zijn mensen die op de dag van de operatie gewoon gaan werken om zo weinig mogelijk aan het gebeuren te moeten denken. Anderen verzetten hun gedachten door op die dag de stad in te trekken. Of ze gaan op zoek naar een kamer voor de overnachting tijdens de komende periode.

Ook een vriend of familielid kan helpen om die moeilijke uren door te komen. Het is alleszins het beste dat u die dag niet alleen doorbrengt.

Hoe lang de ingreep duurt, kan zelfs de beste chirurg niet inschatten.  Hou er dus rekening mee dat een moeilijke ingreep soms langer duurt dan u op voorhand werd gezegd. Het feit dat de ingreep langer duurt dan verwacht, wil niet zeggen dat het slecht gaat. Men zou evengoed kunnen stellen dat de chirurg zijn werk eens zo goed wil doen. Hij zal u na de operatie zelf wel uitleggen waarom het zo lang duurde. U kunt altijd een gesprek aanvragen met de chirurg vlak na de operatie. Dan kan die u vertellen hoe de operatie verlopen is.

De operatie

Indien u meer uitleg wenst over de operatie, dan kan u de volgende tekst lezen: de operatie .