Het normale hart
Bouw van het normale hart
Het hart is een grote spier die zich ongeveer in het midden van de borstkas bevindt. De taak van het hart is het bloed door twee verschillende systemen te pompen: de grote en de kleine bloedsomloop. Vanaf het moment dat ons hart begint te kloppen (wanneer we nog maar een embryo in de baarmoeder zijn) tot op het ogenblik dat we sterven, pompt het hart onophoudelijk bloed door ons hele lichaam. Wanneer ons hart een normale structuur en werking heeft, gebeurt dit alles zonder problemen. Wanneer nu echter op de een of de andere wijze iets mis is met ons hart, de structuur niet volledig normaal is of de werking niet loopt zoals het hoort, dan spreken we van een hartaandoening. Laten we nu samen even kijken naar de normale structuur en werking van het hart.
Ligging en Structuur
Het leuke Valentijn-hartje dat we overal zien, is slechts een schematische weergave van de vorm van ons hart. In werkelijkheid ziet ons hart er meer uit als een plompe peer die met de punt naar voor ligt.
Hoewel we het als een geheel zien, bestaat het eigenlijk uit een rechter en een linker hart, die perfect van elkaar gescheiden zijn. Het rechter hart pompt het bloed naar de kleine bloedsomloop en het linker hart pompt het naar de grote bloedsomloop. Beide bestaan ze uit een voorkamer (VK) en een kamer (K).
De 'muren' van deze soorten kamers zijn in feite opgebouwd uit spiervezels. Dit zijn geen gewone spiervezels, ze hebben immers een enorm uithoudingsvermogen. Stelt u zich even voor dat u met uw armspieren dag en nacht bloed zou moeten rondpompen in uw lichaam. Binnen een paar minuten zou uw arm reeds vermoeid zij en nog wat later zouden uw armspieren reeds krampen vertonen. De hartspiervezels zijn echter zo opgebouwd dat ze zonder ook maar een ogenblik te rusten het bloed kunnen blijven rondpompen.
Voorkamers en kamers
Als U naar de afbeelding kijkt, ziet u een schematische voorstelling van beide harten. Het bloed bereikt beide harten in de voorkamers (of ook wel 'atria' genaamd, 'atrium' is latijn voor dat deel van het huis waar men binnenkomt). Vanuit deze voorkamers loopt het bloed naar de kamers (andere woorden hiervoor zijn 'boezem' of 'ventrikel'). En net zoals je in een gewoon huis niet van de ene kamer naar de andere kan lopen zonder een deur te passeren, zo kan het bloed ook in het hart niet van de voorkamer nbaar de kamer zonder een klep te passeren. Wanneer deze kamers nu samentrekken, pompen ze het bloed naar de grote bloedvaten.
Hartkleppen
We hebben zonet reeds de kleppen van het hart vergeleken met de deuren van een huis. Wanneer het bloed van de voorkamer naar de kamer stroomt, opent de klep tussen beide. Wanneer het bloed in de kamer aangekomen is, sluit de klep. Deze kleppen zijn onmisbaar wanneer de kamers gaan samentrekken om het bloed naar de grote bloedvaten te pompen. Moesten de kleppen niet aanwezig zijn, dan zou er niets het bloed verhinderen om naar de voorkamer terug te stromen in plaats van naar het bloedvat te stromen. De kleppen zorgen er dus voor dat er een eenrichtingsverkeer ontstaat. We zullen dan ook zien dat wanneer de kleppen niet goed werken (ofwel lekken ze ofwel zij ze zo stijf dat ze niet goed openen), het hart niet naar behoren kan werken. U kan hierover meer lezen in de tekst over klepafwijkingen. Ook tussen de kamers en de grote bloedvaten staan kleppen om dit eenrichtingsverkeer in stand te houden.
Bloedvaten
Wanneer het hart samentrekt, loopt het bloed in de grote bloedvaten. Voor het rechter hart is dit de longslagader en voor het linker hart is dit de grote lichaamsslagader of aorta. De longslagader splitst in twee en voert het bloed naar de longen, daar vertakken deze slagaders om het bloed te verdelen over de gehele long. De aorta voert het bloed naar alle andere delen van het lichaam.
Geleidingsweefsel
Het spreekt voor zich dat er een systeem moet bestaan om heel dit mechanisme te coördineren. Dat is de functie van het geleidingsweefsel. Dit weefsel is erin gespecialiseerd om de hartspier zo te stimuleren dat alle delen net op tijd gaan samentrekken of ontspannen. Het zal ook bepalen aan welke snelheid de hartspier zal samentrekken. De figuur toont het geleidingsweefsel dat bestaat uit : een sino-atriale knoop (SA), een atrio-ventrikulaire knoop (AV) en verschillende bundels. Wanneer we de werking van het hart vergelijken met de werking van een machine, dan is het geleidingsweefsel het elektronische circuit dat de software bevat om alle onderdelen mooi te laten samenwerken. Wanneer dit systeem faalt, dan zullen allerhande problemen ontstaan die we ritmestoornissen noemen.
Een normale pompbeweging
We zullen nu samen één hartcyclus volgen en kijken welke weg het bloed aflegt door het hart. Een kindercardioloog gaat met een echocardiografie eveneens deze weg volgen om te zien of alle structuren van het hart op de juiste plaats aanwezig zijn en of ze correct werken.
Het rechter hart
stap 1. Het bloed komt vanuit het hele lichaam samen in de grote holle aders en stroomt zo de rechter voorkamer binnen.
stap 2. De voorkamer ontvangt het bloed, trekt samen op het ogenblik dat de tricuspidalisklep opent en pompt zo het bloed naar de rechter kamer.
stap 3. De tricuspidalisklep sluit wanneer de kamer volgelopen is. De rechter kamer trekt nu samen en de pulmonalisklep opent waardoor het bloed naar de longslagader en zo verder naar de longen loopt.
Dit is de functie van het rechter hart.
Het linker hart
stap 1. Het bloed uit de longen verzamelt zich in de longaders en stroomt naar de linker voorkamer.
stap 2. Wanneer deze gevuld is, trekt ze samen op het ogenblik dat de mitralisklep opent. Het bloed stroomt nu de linker kamer binnen en wanneer deze volgelopen is sluit de mitralisklep.
stap 3. Nu trekt de linker kamer samen, opent de aortaklep en stroomt het bloed naar de aorta. Van hieruit stroomt het bloed verder naat de rest van het lichaam.
Het rechter en het linker hart mogen dan wel gescheiden zijn van elkaar, toch werken ze samen en alle stappen van een tot drie vallen samen voor de beide kanten. In de volgende figuren worden de beide helften terzelfdertijd getoond.
De overgang na de geboorte
Na de geboorte moet de baby zijn bloedsomloop drastisch veranderen.
Bij de eerste schrei gaan de longen open en wordt er lucht aangezogen. Op dit moment krijgt de baby niet langer zuurstof van zijn moeder, maar moet hij zelf instaan voor zijn zuurstofvoorziening. Daarom worden de longen vanaf nu ingeschakeld in de bloedsomloop, deze bloedsomloop noemen we de kleine bloedsomloop.
Om dit tot stand te brengen moeten er een paar structuren openen en sluiten.
1. Het foramen ovale
Het foramen ovale is een structuur die nu niet langer noodzakelijk is. Het linker hart krijgt nu bloed uit de longen, en moet dus niet meer voorzien worden van bloed uit het rechter hart. Vlak na de geboorte sluit het foramen, waardoor het rechter hart en het linker hart van elkaar gescheiden worden.
2. De ductus venosus
De ductus venosus is het bloedvat waarin de grote navelstrengader uitkomt. Deze ductus leidt het bloed door de lever in de richting van het rechter hart. Wanneer na de geboorte de navelstreng wordt afgeklemd, zal ook de ductus venosus spontaan sluiten.
3. De ductus van Botalli
De ductus van Botalli, of de ductus arteriosus,is ook een structuur die zijn functie verliest na de geboorte. Het bloed dat door het rechter hart naar de longen gepompt wordt moet nu ook in de longen terecht komen. Voor de geboorte waren de longen niet noodzakelijk en mocht het bloed dus naar het lichaam stromen. Wanneer na de geboorte de longen actief worden, moeten ze vanuit het rechter hart van bloed voorzien worden.
