Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Atriaal septum defect

Inleiding

Om te begrijpen wat er bij uw kind fout loopt, is het belangrijk dat u de normale bouw en werking van het hart kent. Eenmaal u weet hoe het hart normaal werkt, zal u de afwijking bij uw kind en de gevolgen ervan beter verstaan.

Definitie. Wat is een atriaal septum defect?

Het hart is opgebouwd uit vier delen; twee reservoirs (de voorkamers of atria) en twee pompen (de kamers of ventrikels). Tussen de twee voorkamers ligt een tussenschot dat beide delen van elkaar scheidt en dat het atriaal septum wordt genoemd. Normalerwijze is dit septum intact en zijn er geen gaten in aanwezig. Enkel voor en kort na de geboorte is er een klein gaatje in aanwezig dat na enkele uren tot dagen sluit. Bij een atriaal septum defect (ook wel afgekort tot ASD) is dit gaatje nog steeds aanwezig, waardoor er een abnormale verbinding blijft bestaan tussen de linker en het rechter voorkamer. Hierdoor zzal bloed stromen van het linker hart naar het rechter hart. Op de figuur wordt het rode bloed met het blauwe gemengd en krijgt een paarse kleur.

Illustratie artiaal septum defect

het artiaal septum defect

Incidentie. Hoe frequent is deze aandoening?

Aangeboren hartafwijkingen komen voor bij 1% van alle pasgeborenen. Het ASD wordt aangetroffen in 6% van alle gevonden hartafwijkingen. Hieruit kunnen we besluiten 6 kinderen op 1000 geboren worden met een ASD.

Symptomen. Wat zijn de gevolgen?

Bij elke afwijking of ziekte bestaat er een spectrum aan symptomen. Dit wil zeggen dat aan de ene kant van het spectrum bevinden zich patiënten die geen of bijna geen symptomen vertonen terwijl zich aan de andere kant patiënten bevinden met de ergste symptomen. Bij het ASD is de grootte vande opening bepalend waar iemand zich in het spectrum zal bevinden. Is het een klein gaatje, dan zullen de symptomen minimaal zijn. Is het daarentegen een groot gat, dan zullen de symptomen veel meer uitgesproken zijn.

We weten dat het bloed uit de kleine en de grote bloedsomloop voledig van elkaar gescheiden blijven. Wanneer er nu een ASD aanwezig is zal er bloed vanuit het linker atrium naar het rechter atrium stromen. Dit moet wel omdat de druk in het linker atrium hoger is dan die in het rechter. Afhankelijk van de grootte van het ASD loopt er veel of weinig bloed van de ene bloedsomloop naar de andere. Het bloed uit het linker atrium komt uit de longen en is dus voorzien van een flinke hoeveelheid zuurstof. Een deel komt nu terecht in het rechter atrium en wordt er vermengd met het zuurstofarme bloed dat op weg is naar de longen. Een zekere hoeveelheid bloed zal dus de longen voor een tweede keer passeren.

Illustratie effecten artiaal septum defect

Het probleem is nu dat het rechter atrium wordt opgescheept met een grotere hoeveelheid bloed dan het normaal zou ontvangen. Het krijgt nu niet enkel het bloed uit het lichaam dat op weg is naar de longen, maar eveneens het bloed dat door het ASD stroomt. Hierdoor zal het rechter hart dus meer bloed naar de longen pompen. Omdat het hier niet voor gemaakt is, zal het rechter hart dus meer spiervezels moeten aanmaken en zal het gaan uitzetten. En de longen, die meer bloed ontvangen dan normaal, zullen overvuld geraken en daardoor hun functie niet zo goed meer kunnen vervullen.

Dit alles heeft tot gevolg dat het kind met een ASD de volgende symptomen zal vertonen:

1. Rechter hartfalen: het rechter hart zal vermoeid raken door de grotere inspanning en na een bepaalde periode niet meer zo goed kunnen werken. Ook kan het ritmestoornissen beginnen vertonen door de uitrekking.

2. Overvulling van de longen : het kind zal minder goed kunnen ademhalen, vooral bij inspanning.

3. Slechte gewichtstoename : de grootste inspanning die een zuigeling doet, is eten. Wanneer het deze inspanning niet goed meer kan verdragen, zal het kind minder vlot eten en dus niet goed bijkomen in gewicht.

Verloop. Wat gebeurt er nadien?

Vele atriale septum defecten sluiten spontaan. Vooral de kleinere defecten sluiten al snel, de grote echter blijven bestaan. Wanneer het ASD te groot is en blijft bestaan kan dit leiden tot onherstelbare schade aan de longbloedvaten en tot hartrimestoornissen omdat het geleidingsweefsel in het rechter hart verstoord raakt door de uitzetting.

Behandeling. Wat kan er gedaan worden?

Omdat vele defecten spontaan sluiten, zal de cardioloog in eerste instantie aanraden van af te wachten en zien wat er gebeurt. Mocht het ASD toch blijven bestaan, dan zijn er nog twee mogelijkheden. In het eerste geval is het ASD zo klein dat er bijna geen bloed van links naar rechts stroomt. Dan is er geen enkel probleem, het kind kan hiermee honderd jaar worden. Is het echter een groot ASD, dan moet er iets aan gedaan worden om  het risico op hartfalen en longovervulling niet te lopen.

Er wordt pas overgestapt op heelkunde wanneer het kind geen andere problemen stelt. Op het moment van de ingreep zullen er immers nog geen grote problemen bestaan en dus moet het risico dat het kind loopt bij zo een operatie zeer klein zijn. Een chirurg zal in zo een geval slechts ingrijpen wanneer hij er zeker van is dat het risico van de ingreep kleiner is dan 1 procent.

De operatie

Hier vindt u meer informatie over een algemene hartoperatie .

Er bestaan twee verschillende technieken.

Bij het eerste opent de chirurg het hart en sluit het ASD met een stuk kunststof of met  draad. De complicaties zijn minimaal en het kind mag na 3 tot 5 dagen al naar huis.

Bij de tweede techniek wordt er door middel van een catheter een soort 'paraplu' in het ASD geplaatst, waardoor het gesloten wordt. Ook hier zijn de complicaties minimaal en het kind mag de dag zelf meestal al naar huis.

Nazorg

Nazorg op de lntensieve Zorgen

Na de ingreep zal uw kind eerst naar de lntensieve Zorgen afdeling gaan. Aangezien de ingreep zo een klein risico heeft en niet zeer belastend is voor uw kind, zal het al snel naar de kamer in het kinderziekenhuis mogen.

Nazorg op de verpleegafdeling kindercardiologie

Na een tijdje wordt de bewaking met de monitor gestopt. Geleidelijk zal uw kind zelf gaan eten en is hij niet meer afhankelijk van het infuus. Wanneer uw kind helemaal zelf drinkt, kan het naar huis. Dit gaat sneller dan u denkt en misschien ook sneller dan u zou willen. Vaak is uw baby binnen een week na de operatie al thuis. En dat is voor sommige mensen beangstigend, zo vlak na alle gebeurtenissen voorafgaand aan en rondom de operatie. Aarzel niet hierover te spreken met de verpleegkundige of met uw arts.

Naar huis

Wanneer uw kind naar huis gaat moeten er nog een paar dingen gebeuren. Vlak voor ontslag naar huis wordt nog een echo gemaakt. Bij deze echo is er vaak nog een restlekje tussen beide voorkamers te zien. Dat komt omdat het stukje weefsel nog moet vastgroeien. Tussen de hechtdraden door kan nog wat bloed lekken. Dit verdwijnt meestal in de loop van een aantal weken of maanden.

Cardiologische nacontrole

Op enkele uitzonderingen na, blijven alle kinderen die een hartoperatie hebben ondergaan onder controle van de cardioloog. Direct na de operatie zijn deze controles frequent. Tijdens die controles wordt gecontroleerd of alle littekens goed genezen, en of een eventuele restlekkage verdwijnt. Wanneer uw kind helemaal hersteld is van de operatie, worden de controles minder frequent.

Kinderen die een ASD-sluiting hebben ondergaan, functioneren over het algemeen normaal: ze gaan normaal naar school en kunnen ook normaal meedoen met sport en gymnastiek. Ze mogen alles doen wat hun leeftijdgenootjes ook doen, zonder beperkingen. Wel blijft uw kind eens in de paar jaar op controle komen. Het belangrijkste bij die controle is of uw kind normaal groeit en of het ECG goed is. Alle kinderen die aan het hart geopereerd zijn, hebben één of enkele littekens in het hart. Deze littekens geleiden electrische stroom anders dan gewoon hartspierweefsel. Daarom is de kans op ritme- of geleidingsstoornissen op langere termijn licht verhoogd. Met het ECG probeert de cardioloog deze ritmestoornissen vroegtijdig op het spoor te komen. Ritmestoornissen zijn over het algemeen goed met medicatie te onderdrukken.