Kinder- en jeugdpsychiatrie
Tekstversie van de video's
Video: inhoud ADHD toolkit
In dit fragment toont de leerkracht de inhoud van de toolkit aan een kind met ADHD. Juf Marina en Arthur zullen samen het spel spelen. In de speldoos zitten 2 boekjes. Het eerste boekje is de handleiding bij het spel. In het tweede boekje bevat meer wetenschappelijke achtergrondinformatie en benadrukt het belang van voorkennis bij leerkrachten die gedragsveranderingen willen bewerkstelligen. Dit boekje beschrijft ook algemene principes voor een ADHD-vriendelijke school . Daarnaast toont de leeracht het spelbord, de signaalkaartjes, de beloningskaart en de octopusclips. De clips worden in het spel gebruikt om de gewonnen punten aan te duiden op het spelbord.
Video: spelregels van de ADHD toolkit
De leerkracht overloopt in dit videofragment de spelregels van de ADHD-toolkit. De inktvis zal samen met de leerkracht en het kind het spel spelen met als doel een gedragsverandering in de klas of op school te bekomen. Samen zoeken ze eerst een werkpunt, een gedrag dat niet zo goed lukt in de klas of op de speelplaats. Arthur en juf Marina kiezen het werkpunt: te bruut spelen op de speelplaats. Het werkpunt wordt bovenaan de speelfiche ingevuld. De volgende spelregel is dat er punten moeten gegeven worden die aangeven hoe ernstig het probleem is. Hoe storend is het gekozen gedrag voor het kind, hoe erg is dit voor de leerkracht, hoe erg is dit voor de andere kinderen van de klas. De leerkracht en het kind geven 3 keer punten op 10 en bepalen zo de startscore van het spel Arthur en juf Marina komen uit op 21 op 30. De bedoeling is om de startscore naar beneden te krijgen. Leerkracht en leerling stellen tenslotte een doel voorop. Arthur wil minder bruut leren spelen, een club maken met briefjes en opdrachtjes.
Video: stap 1, aanmoedigen
Begin week 1
Dit filmpje toont hoe de eerste spelweek van Arthur er uit zal zien. De juf en Arthur vullen de data in van deze week en de juf legt uit wat er juist zal gebeuren. De juf zal Arthur aanmoedigen om zijn werkpunt niet te vergeten. Elke morgen en vóór aanvang van de speeltijd zal de juf Arthur herinneren aan zijn werkpunt. Op het eind van de week zullen zij samen evalueren hoe het die week is gelopen. Juf Marina geeft meteen ook aan dat het kan zijn dat deze stap nog niet voldoende is om gedragsverandering te bekomen, dat hoeft niet erg te zijn want er zijn nog heel wat stapjes op het spelbord die kunnen gezet worden om het doel toch te bereiken.
Evaluatie op het eind van week 1
De leerkracht voert een gesprekje met Arthur op het eind van de eerste spelronde en overloopt hoe die week gelopen is. De week was geen succesweek, Arthur was zijn werkpunt vergeten. Er worden terug scores gegeven op de 3 redenen voor verandering. Arthur vindt dat er niets veranderd is dus blijft de startscore 21 behouden. Noch Arthur noch juf Marina hebben punten gewonnen. De clips blijven onveranderd op 0 punten staan.
Video: stap 2, dagelijks gericht oefenen
Begin week 2
Arthur en de juf gaan over naar een volgende spelronde. Arthur vult de data in van de 2e spelweek. De juf legt uit dat ze deze week ‘dagelijks gericht oefenen’. Arthur zal niet op elk moment van de dag letten op het te bruut spelen, maar kiest er een afgebakend moment uit. Arthur beslist de moeilijkste speeltijd te nemen, de middagspeeltijd van 12 tot 13u. De juf zal Arthur helpen door hem gericht te herinneren aan het werkpunt op dat moment. Juf Marina zal Arthur een startkaartje geven, vlak vóór de speeltijd en na afloop van het oefenmoment wordt het kaartje omgedraaid op ‘stop’.
Evaluatie op het eind van week 2
Juf Marina en Arthur overlopen de voorbije week. Per speeltijd had juf Marina aangeduid of het een goed, matig dan wel slecht oefenmoment was. De juf kleurt hiervoor het betreffende bolletje op de achterzijde van de speelfiche. Er worden opnieuw punten gegeven op de 3 redenen voor verandering (kind, leerkracht, andere kinderen van de klas), hierdoor krijgen we een nieuwe tussenscore. Het verschil tussen de startscore en de nieuwe tussenscore geeft aan hoeveel punten Arthur heeft gewonnen. Deze punten mag hij met behulp van zijn clip aanduiden op de voorkant van het spelbord. Arthur heeft deze week 3 punten gewonnen. De juf heeft nog geen enkel punt en blijft staan op 0. Samen bepalen ze nu of ze het doel bereikt hebben dan wel dat ze nog meer hulp inschakelen om de gedragsverandering te verkrijgen.
Video: stap 3, hulpmiddelen gebruiken
Begin week 3
In spelronde 3 kunnen extra krachten ingezet worden om Arthur te helpen het vooropgestelde doel te bereiken. De superkracht kan een visueel signaal zijn dat Arthur aan zijn werkpunt doet denken (een signaalkaartje). Arthur geeft het jongentje op het kaartje de naam ‘Toto’. In de handleiding staan ook nog allerlei andere krachten opgesomd die Arthur en zijn juf kunnen inroepen. Samen overlopen ze het rijtje van mogelijke hulpmiddeltjes. Arthur kiest er ook voor om rondjes te lopen op de speelplaats vóór hij begint te spelen. Arthur vult de data van de spelweek in, de afgesproken oefenmomenten én de gekozen krachten.
Per ingezette kracht krijgt de juf één punt in het spel.
Evaluatie op het eind van week 3
De juf en Arthur overlopen in dit fragment de voorbije spelweek en geven opnieuw punten. Zowel Arthur als de juf bevestigen dat het deze week een heel stuk beter verliep. Zowel voor Arthur, de leerkrachten als voor de andere kinderen van de klas was het duidelijk een stuk beter. Arthur berekent zijn nieuwe tussenscore en wint 5 punten, de juf krijgt 2 punten voor de 2 ingezette krachten. De clips worden verschoven.
Juf Marina en Arthur beslissen om in deze spelronde nog even door te gaan daar het al veel beter gaat. Ze opteren wel om nog een extra kracht in te zetten.
Inzet van de speciale kracht: dagelijkse beloningskaart (DBK)
De extra kracht is een beloningskaart die dagelijks zal meegaan naar huis om ook aan mama en papa te tonen of het werkpunt van Arthur die dag goed is verlopen. De juf zal dagelijks de oefenmomenten evalueren en het gepaste bolletje op de kaart aanduiden. Op de DBK staan 3 beloningslijstjes, een dagmenu, een weekmenu en een klasmenu. Samen met zijn ouders mag Arthur de lijstjes opstellen. Hij kan een beloning verdienen als hij een succesdag heeft, een weekbeloning als hij die week voldoende succesdagen heeft gehaald. Arthur vraagt waarom er een klasmenu is. Wanneer belonen thuis onmogelijk is en/of een kind nog erg jong is, kan een onmiddellijke beloning in de klas aangewezen zijn en dan wordt er ook een klasmenu opgesteld. Zowel Arthur, de leerkracht als de ouders handtekenen de kaart.
Video: uitleg hulpmiddel aan de klas
Juf Kathleen en Robin leggen samen uit aan de klas waarom er een aantal veranderingen zijn in de klas. Juf Kathleen legt uit dat ze samen met Robin een spel speelt omdat Robin het geregeld moeilijk heeft. Robin vertelt dat zijn vinger opsteken en wachten om het antwoord te geven vaak moeilijk is voor hem alsook dat hij zich erg moeilijk kan concentreren in de rekenles. Daarom speelt hij met zijn juf een speciaal spel in de hoop zo zijn probleem aan te pakken.
Juf Kathleen en Robin hebben al wat dingen uitgeprobeerd maar het spel schiet niet zo goed op, daarom zetten ze vanaf deze week extra hulpmiddeltjes in. Robin legt uit dat samen met de juf ervoor kiest om zijn bank vooraan te zetten in de klas, apart van de andere kinderen en vlakbij de leerkracht. Niet omdat hij gestraft is, maar juist als hulpmiddel om zich beter te concentreren. Daarnaast ligt ‘Ben’ op zijn bank. Ben is het jingentje op het signaalkaartje die Robin eraan doet herinneren zijn vinger op te steken ipv het antwoord eruit te flappen.
Als Robin goed speelt kan hij punten verdienen en winnen tegen de juf.
Video: stap 4, door de vingers zien & video: einde spel
Begin week 4
In dit filmpje vertelt juf Marina aan de klas hoe het spel is verlopen. Arthur en de juf hebben hard geoefend, toch blijkt het nog altijd heel erg moeilijk te zijn voor Arthur om zijn agenda zelf in te vullen. Daarom zal de klasregel ‘we vullen zelf onze agenda zelfstandig in en de juf controleert af en toe of het in orde is’ voor Arthur anders zijn dan voor de andere kinderen van de klas. Bij Arthur zal de juf extra helpen en telkens nazien of zijn agenda goed is ingevuld. Voor de andere kinderen is deze hulp niet nodig en blijft de oorspronkelijk afgesproken klasregel gelden. De juf vraagt aan de klas of het duidelijk is waarom en hoe die regel anders zal zijn voor Arthur.
