Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Levertransplantatie

Wanneer de lever niet herstelt met medicatie en en wanneer het risico van afwachten groter wordt dan het risico voor een chirurgische ingreep, zal een transplantatie plaatsvinden. De patiënt krijgt met andere woorden een nieuwe lever. 

Indicaties:

Om in aanmerking te komen voor een levertransplantatie dient er een noodzaak te zijn voor de levertransplantatie en er mogen geen zaken (contra-indicaties) zijn die de transplantatie onmogelijk maken.

De noodzaak voor de levertransplantatie wordt gebaseerd op de ernst van de leverziekte en daaraan gekoppelde slechte levensverwachting. De prognose van de leverziekte wordt onder andere vastgesteld met behulp van de MELD criteria. Hiermee kan een redelijk betrouwbare inschatting worden gemaakt van de levensverwachting voor de komende 5 jaar van de patiënt. Uitgaande van een kans van 80% om 1 jaar en 70% om 5 jaar na levertransplantatie in leven te zijn, is levertransplantatie een goede behandeling, als de levensverwachting zonder de transplantatie lager is. Bij bepaalde indicaties is echter de kwaliteit van leven de belangrijkste reden voor transplantatie. Voorbeelden zijn heftige en niet-behandelbare jeuk en/of moeheid bij cholestatische leverziekten, zoals PBC en mechanische bezwaren van polycysteuze leverziekten.

Fig 1 : Lever van terminale cirrose patiënt.

  

Fig 2 : Het transport van de gepreleveerde lever gebeurt op ijs

Contra-indicaties:

Een leeftijd hoger dan 75 jaar is in principe een reden om niet meer in aanmerking te komen voor een levertransplantatie o.a. omdat het risico op peri-operatieve verwikkelingen hoog is. Andere redenen om niet geaccepteerd te worden zijn ernstige hart-, long- en vaataandoeningen, kanker buiten de lever en actieve infecties. Actieve verslaving aan alcohol wordt beschouwd als reden om een patiënt niet op de wachtlijst te plaatsen. HIV-infectie alleen is daarentegen geen absolute contra-indicatie meer.

Resultaten:

Gemiddeld heeft een levertransplant-kandidaat een risico van rond de 2 à 5% om de eerste twee weken na de ingreep te overlijden.

De 1-jaarsoverleving bedraagt momenteel in ons centrum ongeveer 90%. Dat betekent dat 90 mensen op 100 vanaf hun transplantatiedatum tot 1 jaar na de ingreep, in goede conditie, in leven zijn. De 5-jaarsoverleving na de ingreep is ongeveer 80%. Hier tegenover staat dat de patiënt zonder deze ingreep op relatief korte tijd zeker zou overleden zijn geweest.

Complicaties:

Bij ongeveer 2% van al de levertransplanten is het mogelijk dat het nieuwe orgaan onmiddellijk na de ingreep onvoldoende werkt (primary non-function). Een nieuwe transplantatie dient dan zo snel mogelijk te gebeuren. Voor deze dringende hertransplantatie zal de patiënt op een speciale urgentiewachtlijst komen te staan. Meestal slaagt men erin om binnen de 5 dagen een gepast orgaan te vinden om te hertransplanteren. 

Problemen zoals een lekkage van de galwegen, galwegnecrose (Fig 3) een arteriële trombose of een bloeding kunnen zich postoperatief voordoen en kunnen soms een bijkomende operatie vereisen. Later kunnen er vernauwingen in de galwegen ontstaan: aan de anastomose of door ischemische stricturen.

Afstoting is een normale reactie van het lichaam tegen een donororgaan en wordt door medicatie tegengegaan. Na ongeveer 1 à 2 weken treedt bij 25 tot 30% van de patiënten een acute afstoting op, waarvoor men gedurende enkele dagen extra medicatie (corticosteroïden) toegediend zal krijgen of de dosis van de bestaande medicatie tegen afstoting zal verhogen. Chronische afstoting (ductopenische rejectie) ontstaat meerdere maanden tot jaren na de transplantatie. Dit is zeldzaam (5%), maar het kan wel een reden zijn voor laattijdige hertransplantatie.

Door de medicatie na een transplantatie om de afstoting tegen te gaan, loopt de patiënt vooral de eerste weken tot maanden een verhoogde kans om infecties door virussen, bacteriën, schimmels of parasieten te krijgen.

Nevenwerkingen die verbonden zijn aan deze medicatie tegen afstoting op langere termijn kunnen zijn: hoge bloeddruk, jicht, botontkalking en botpijn, toename in gewicht, diabetes, mindere nierwerking, hoofdpijn en bibberen. Meestal kunnen deze nevenwerkingen mits aanpassing van de handeling goed onder controle gehouden worden. Op heel lange termijn kan deze medicatie ook zorgen dat men een vergrote kans loopt op welbepaalde kwaadaardige ziekten zoals: huidkanker (hiervoor is voldoende zonneprotectie belangrijk), lymfeklierkanker-en tenslotte keel-, slokdarm- en longkanker. Deze laatste vormen van tumoren komen vooral voor bij patiënten die vroeger alcohol gebruikt hebben en roker zijn. Het is daarom absoluut noodzakelijk om te stoppen met roken!

Enkele leveraandoeningen, bijvoorbeeld hepatitis C, kunnen zich soms snel na de transplantatie weer in de donorlever manifesteren. Een aantal van de leverziekten zoals PBC en PSC kunnen na jaren terugkomen.

Levenslange medische opvolging, correcte medicatie-inname, een evenwichtige voeding, eventueel een aangepast dieet, definitief alcohol – en rookverbod en een goede lichaamshygiëne zijn onontbeerlijk om de risico’s op complicaties te minimaliseren.

Fig 3: Galwegnecrose

 

Resultaten levertransplantaties in het UZ Leuven

 

Referenties:

  • Decaestecker J, Verslype C, Wilmer A, Pirenne J, Nevens F. Acuut leverfalen: nieuwe bevindingen. Tijdschrift voor Geneeskunde 2006; 62( 1) 1 - 6.
  • Nevens F, Pirenne J, Leuvense Transplantatiegroep. De lever: hoeksteen bij multiorgaantransplantatie. Tijdschrift voor Geneeskunde 2002 ;58 (13 )903 - 908.

Zie ook Transplantatie Heelkunde