Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

ERCP (diagnostisch)

De Endoscopische Retrograde CholangioPancreaticografie (ERCP), is een endoscopisch onderzoek: men gaat met een buisje door de keel tot voorbij de maag, op de plaats waar de galwegen uitmonden in de darm.  In de darm spuit men een kleurstof in, in zowel de gal- als de afvoerwegen van de pancreas.

Bij het ERCP onderzoek worden twee structuren onderzocht: ten eerste het galkanaal en ten tweede het pancreaskanaal. Vandaar eerst enige woorden uitleg over de structuur en de functies van de galwegen.  Eén van de functies van de lever, is de productie van galsap.  De galvloeistof wordt geproduceerd door de levercellen. Dit zijn de cellen die bijna al het werk in de lever uitvoeren. Tussen de levercellen liggen kleine galkanaaltjes die een complex netwerk vormen doorheen heel de lever. Deze kleine galkanaaltjes kunnen alleen maar worden gezien onder een microscoop na het uitvoeren van een leverbiopsie. Deze kleine kanaaltjes komen uiteindelijk samen in grotere galkanalen De grote galweg buiten de lever wordt ook de ductus choledochus genoemd.

extrahepatische galwegen

Fig 1: De extrahepatische galwegen en de galblaas

De uitmonding van dit kanaal in de dunne darm, enkele centimeters voorbij  de uitgang van de maag, noemen wij de papil van Vater. Deze uitmonding van het galkanaal wordt omgeven door een kleine sluitspier die de afvloed van gal naar de dunne darm moet regelen. Deze kleine sluitspier wordt de sfincter van Oddi genoemd.  Dit alles wordt geïllustreerd in figuur 1.

Wanneer contrastvloeistof aangebracht wordt in het galkanaal via deze papil van Vater kunnen röntgenfoto’s van de grote galwegen bekomen worden. Dit moet toelaten na te gaan of er zich in de galweg afwijkingen bevinden. Voortgaand op deze gegevens kan er ook naar gestreefd worden deze afwijkingen onmiddellijk te behandelen.

Wanneer contrastvloeistof aangebracht wordt in het galkanaal via deze papil van Vater kunnen röntgenfoto’s van de grote galwegen bekomen worden. Dit moet toelaten na te gaan of er zich in de galweg afwijkingen bevinden. Voortgaand op deze gegevens kan er ook naar gestreefd worden deze afwijkingen onmiddellijk te behandelen (ERCP:therapeutisch).

 Fig 2 : Radiologische opname genomen door middel van ERCP (kleine pijl: choledocus met rechter en linker galwegen, grote pijl: wirsungkanaal)

Redenen voor het uitvoeren van het onderzoek

Er zijn verschillende omstandigheden waarbij het nodig en verantwoord is dit onderzoek uit te voeren. Wij geven hieronder een opsomming van de belangrijkste redenen.

  • Geelzucht met vermoeden van een vernauwing van de galweg:

Wanneer er om een of andere reden een vernauwing van de galweg is opgetreden kan de gele galkleurstof, het bilirubine, niet meer voldoende aflopen van de lever naar de dunne darm. Het resultaat hiervan is dat er een gele verkleuring van de huid en de ogen is opgetreden met vaak ook een witverkleuring van de stoelgang en een donker worden van de urine. Ook de detergente galzouten kunnen niet meer voldoende aflopen naar de dunne darm en dit veroorzaakt vaak een gevoel van jeuk. Bovendien  zal in een vernauwde galweg vaak een infectie optreden die kan leiden tot opstoten van koorts, eventueel rilkoorts (cholangitis). 

Wanneer er op basis van het ziektebeeld en van de reeds uitgevoerde radiologische onderzoeken zoals echografie en scanningonderzoek, voldoende argumenten zijn om aan te nemen dat er bij de patiënt een aandoening van de grote galweg bestaat, is het ERCP onderzoek onontbeerlijk om tot een verdere diagnose en behandeling te komen. 

  • Andere aandoeningen van de galwegen.

Behalve geelzucht kunnen er andere redenen zijn om de galwegen te onderzoeken en een behandeling in te stellen. Mogelijk is er een vermoeden voor de aanwezigheid van een ontstekingsziekte van de galwegen die wij “Primaire Scleroserende Cholangitis” (PSC) noemen.

Hoe verloopt het onderzoek?

Wanneer de patiënt toekomt op de afdeling waar het onderzoek wordt uitgevoerd zal hij/zij geïnstalleerd worden op een röntgentafel. Deze is bedekt met een mousse matrasje en een hoofdkussen die een comfortabele ligging mogelijk moeten maken. Meestal zal de patiënt gevraagd worden te gaan liggen op de buik met het hoofd gekeerd naar de onderzoekende dokter. Dit ziet U geïllustreerd in de onderstaande figuur 3. In alle gevallen wordt de patiënt geassisteerd door een verpleegkundige die aan zijn/haar hoofduiteinde zal plaatsnemen.  

Fig3 : Positie van de patiënt tijdens een ERCP-onderzoek.

Via de mond wordt een endoscoop ingebracht. Dit toestel wordt via de maag verder opgevoerd tot aan de papil van Vater. Vervolgens wordt er via de endoscoop een dunne plastic katheter in de papil van Vater aangebracht. U ziet hieronder een beeld van de papil van Vater en van de plastic katheter die toelaat röntgencontraststof in de galweg en het pancreaskanaal in te spuiten 

Fig 4a: Papil van Vater             Fig 4b: Katheter in de papil van Vater

Voorbereidingen voor het onderzoek

  • Voor het onderzoek wordt er een infuus aangebracht in een ader van de arm of hand om voor en/of  tijdens het onderzoek gemakkelijk medicatie toe te kunnen dienen. 
  • Teneinde beschadiging van de tanden te voorkomen wordt een eventueel aanwezige tandprothese verwijderd en wordt een klein mondstuk tussen de tanden aangebracht; dit beschermt tevens de endoscoop tegen eventuele beschadiging door bijten. 
  • Aangezien de endoscoop doorheen de maag moet passeren dient de patiënt uiteraard nuchter te blijven voor het onderzoek. Hij/zij mag nog wel een maaltijd gebruiken de avond voor het onderzoek. 
  • Teneinde de kledij niet te bevuilen wordt er voor het onderzoek een operatiehemdje aangedaan. 
  • Aangezien het onderzoek enige tijd kan duren is het aangewezen  onmiddellijk voor het onderzoek nog even de urineblaas te ledigen. 
  • Meestal zal het onderzoek worden uitgevoerd onder sedo-analgesie. Dit wil zeggen dat er via intraveneuze weg een sederende of slaapverwekkende medicatie (Valium of Dormicum) samen met een pijnstillende medicatie (Dolantine) zal worden gegeven.
  • Indien absoluut door de patiënt gewenst of indien zulks nodig wordt geacht door de onderzoekende arts zal eventueel een algemene verdoving worden uitgevoerd. In dit laatste geval wordt er op de onderzoeksafdeling door een dokter-anesthesist een buisje in de luchtweg aangebracht om de patiënt tijdens het onderzoek te kunnen beademen. 

Vaak is het nodig tijdens het onderzoek een behandeling uit te voeren teneinde galstenen te verwijderen uit de galweg of een buisje aan te brengen in de galweg of in het alvleesklierkanaal. Deze behandeling bestaat uit het openleggen bij middel van electrische stroom van de papil van Vater of van de sfincter van Oddi. Deze manier van behandelen wordt dan ook een papillotomie of een sfincterotomie genoemd. Teneinde elektrische stroom te kunnen toepassen zal er een “aardingsplaat” op uw been worden gekleefd. Het opensnijden van deze papil of sfincter zal de patiënt in principe niet gewaarworden.

Gewaarwordingen tijdens het onderzoek 

  • Bij de aanvang van het onderzoek wordt een verdovende spray in de keel gespoten. Dit heeft als voordeel dat de endoscoop gemakkelijker kan worden ingebracht. Het aanbrengen van deze spray veroorzaakt wel een  onaangename smaak en een gevoel van een gezwollen keel, hetgeen even onaangenaam kan aanvoelen. Het zal de patiënt echter nooit beletten normaal te kunnen ademen. Wel wordt de patiënt gevraagd om tijdens het onderzoek niet te slikken en om speeksel dat in de mond komt gewoon uit de mond te laten lopen. Daarvoor wordt ook een handdoek onder het gezicht aangebracht. 
  • Bij de aanvang van het onderzoek en ook gedurende de procedure zal slaapverwekkende en pijnstillende medicatie worden toegediend. Dit laat toe dat het onderzoek meestal in zeer rustige omstandigheden kan worden uitgevoerd. Na het onderzoek zal men zich nog wel wat slaperig voelen. Het is zeer goed mogelijk dat men zich nadien de procedure zelf niet meer zal herinneren. 
  • Om een goed zicht in de maag en dunne darm te kunnen bekomen moet er tijdens het onderzoek, via de endoscoop, wat lucht aangebracht worden in de maag. Dit veroorzaakt meestal een gevoel van opzetting van de buik. De patiënt dient zich niet te schamen als hij/zij tijdens het onderzoek wat lucht moet laten ontsnappen langs de natuurlijke weg. 
  • Tijdens het onderzoek kunnen er zich speeksel en andere secreties opstapelen in de keel die de ademhaling wat kunnen storen. De assisterende verpleegkundige kan op elk moment van het onderzoek deze secreties uit de mond afzuigen met een dun zuigslangetje.
  • In bepaalde omstandigheden zal men tijdens en na het onderzoek op de rug moeten gaan liggen teneinde betere röntgenfoto’s te kunnen nemen. Ook hierbij zal de patiënt worden geholpen door verpleegkundigen en artsen. 
  • Na het onderzoek wordt de patiënt terug in bed gelegd en zal men hem/haar terug naar de afdeling brengen waar hij/zij verder kan uitrusten van de procedure. 

Download de patiëntenbrochure (pdf, 220.67 KB)