Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Embolisatie: een nieuwe behandeling van fibromen (vleesbomen)

Fibromen, myomen of vleesbomen in de baarmoeder kunnen behoorlijk wat hinder veroorzaken, zoals pijn, overvloedige bloedingen, enz. Sinds kort wordt er een nieuwe techniek aangewend om deze fibromen te behandelen.

Wat zijn fibromen?

Fibromen zijn goedaardige gezwellen die zich vormen in het spierweefsel van de baarmoeder. Fibromen komen vrij veel voor. Men schat dat ongeveer 1 op 5 van de vrouwen ouder dan 35 jaar een fibroom heeft. Bij vrouwen ouder dan 50 zouden dat er tweemaal meer zijn. Over de oorzaak van het ontstaan van fibromen is nog steeds niet veel bekend. Men weet dat ze beïnvloed worden door oestrogenen en ze komen iets meer voor bij vrouwen die geen kinderen hebben en er bestaat een erfelijke voorbeschiktheid.

Behandeling

Een fibroom is een goedaardig gezwel. Zolang het geen problemen veroorzaakt, is er dus ook geen reden om het te behandelen. Meestal zijn de klachten nogal vaag, zoals pijn onderaan in de buik of de rug, onregelmatige bloedingen, constipatie, enz., maar zulke klachten kunnen ook aan andere problemen te wijten zijn en dus niet alleen aan fibromen. Van zodra er echter klachten zijn, is een behandeling aangewezen. Voor deze behandeling heeft men verschillende mogelijkheden.

Hormonen

Met hormonen kan men kunstmatig een vroegtijdige menopauze opwekken. De fibromen kunnen daarbij tot de helft kleiner worden. Deze behandeling lokt echter veel ongewenste verschijnselen uit, zoals de typische klachten van de menopauze: warmteopwellingen, nachtelijk zweten, prikkelbaarheid, enz. wat door de meeste vrouwen niet op prijs gesteld wordt. De behandeling met hormonen biedt bovendien geen definitieve oplossing zodat ze uiteindelijk alleen aangewend wordt ter voorbereiding van een chirurgische ingreep. Kleinere fibromen met een minder sterke doorbloeding kunnen immers gemakkelijker verwijderd worden.

Chirurgisch wegpellen

Fibromen kunnen tegenwoordig behoorlijk goed chirurgisch verwijderd worden. Bij kleine fibromen kan dat eventueel met een endoscopische behandeling. Bij erg grote fibromen of wanneer er veel fibromen zijn, is een open-buikoperatie nodig. Nog steeds gebeurt het dat de baarmoeder weggehaald wordt om de problemen van fibromen te verhelpen. Een hysterectomie is inderdaad de meest definitieve oplossing.

Embolisatie

Embolisatie is een nieuwe behandelingstechniek voor fibromen. Hij biedt ook een oplossing voor vrouwen die om welke reden dan ook niet chirurgisch geholpen kunnen worden. Deze techniek is vooral aangewezen voor grote fibromen in de wand van de baarmoeder. Hij is niet geschikt voor gesteelde fibromen aan de buitenkant of in de holte van de baarmoeder.

De ingreep

De grote slagader die in de lies passeert, wordt aangeprikt en eerst wordt er een dunne katheter in de slagader opgeschoven.

Embolisatie

De vordering van deze katheter wordt onder fluoroscopie (doorlichting) gevolgd. De katheter bevat namelijk een dunne metalen draad die zichtbaar is onder fluoroscopie en de bloedvaten worden zichtbaar gemaakt door de toediening van contraststof. De arts die de katheter leidt, kan de vordering ervan volgen op een scherm.

De katheter wordt doorgeschoven tot zo dicht mogelijk in de buurt van de slagader die het fibroom in de baarmoeder van bloed voorziet. Op die plek aangekomen worden kleine bolletjes uit kunststof via de katheter ingespoten. Het bloed neemt deze bolletjes mee tot in de kleinste vaatjes waar ze niet meer doorheen kunnen. Ze versperren er de weg, waardoor de bloedvoorziening van het fibroom volledig stilvalt.

Vervolgens wordt de ingreep aan de andere zijde herhaald. Dit is nodig omdat de baarmoeder door 2 slagaders van bloed voorzien wordt. Om succes te hebben, moet ook de andere slagader behandeld worden. Doet men dit niet dan bestaat er een zeer groot risico dat het fibroom via die andere slagader toch nog voldoende bloed ontvangt en de ingreep dus kan overleven. Door het stilvallen van de bloedtoevoer ontstaat er een zuurstoftekort in het fibroom en sterft het weefsel af.

De ingreep duurt ongeveer tussen één en anderhalf uur. Dat verschil is vooral afhankelijk van aanleg van de bloedvaten en het gemak waarmee de katheter opgeschoven kan worden tot bij het doel. De ingreep kan zowel onder algemene als plaatselijke verdoving uitgevoerd worden. Omwille van de duur wordt vaak de voorkeur gegeven aan een algemene verdoving. Na de ingreep blijft men gewoonlijk nog 1 of 2 dagen in het ziekenhuis, vooral voor de pijnstilling. De meeste vrouwen zijn binnen 2 weken opnieuw aan de slag.

Resultaten

Bij de meeste vrouwen verdwijnen de meeste klachten na de ingreep of nemen ze zeer sterk af zodat ze opnieuw een normaal leven kunnen leiden. De embolisatie is echter geen definitieve oplossing. De fibromen krimpen wel zeer sterk, maar ze verdwijnen niet volledig. Bovendien blijft er steeds de mogelijkheid dat zich nieuwe fibromen vormen.

Een eerder uitzonderlijk verschijnsel, dat echter zeker vermeld moet worden, is dat via de vagina afgestorven weefselresten kunnen uitgedreven worden. Dit kan zich tot een jaar na de ingreep voordoen. Doorgaans zijn dit de resten van een fibroom dat zich in het slijmvlies op de binnenwand van de baarmoeder bevond en dat afgestorven is na de behandeling.

Wanneer het om een groot fibroom gaat, kunnen de resten die men verliest uiteraard ook groot zijn, wat soms verontrustend is. Normaal houdt dit geen gevaar in, maar men neemt best steeds contact op met de arts voor verder onderzoek en begeleiding.

Pijnstilling

Pijnstilling is een belangrijk element van deze behandeling. Het zuurstoftekort veroorzaakt immers zeer snel felle krampen en pijn die verschillende dagen kunnen aanhouden. Soms dient men sterke pijnstillers te gebruiken om de pijn te onderdrukken. Een aantal vrouwen voelen zich ook koortsig en ziek gedurende ruim een week.

Meestal verdwijnen deze klachten spontaan. Men vermoedt dat ze te wijten zijn aan de stoffen die bij de afbraak van het fibroomweefsel in de bloedbaan terechtkomen.

Of men veel pijnstilling nodig zal hebben, is vooraf niet te voorspellen. Er is namelijk geen enkel verband tussen de grootte van het fibroom en de ernst van de pijn of het uiteindelijke resultaat van de behandeling.

Voordelen

  • In een aantal gevallen kan men met een embolisatie vermijden dat de baarmoeder verwijderd moet worden om een ernstig fibroomprobleem op te lossen. Dit is een gelukkige evolutie want een embolisatie houdt in vergelijking met een hysterectomie voordelen in. Een verwijdering van de baarmoeder is een ingrijpende behandeling, die vaak een herstelperiode vraagt van minstens 4 weken of langer.
  • Een aantal vrouwen kunnen of wensen geen bloedtransfusies te ontvangen (bv. omwille van religieuze bezwaren). Voor deze vrouwen kan een embolisatie een oplossing bieden omdat er normaal bij deze ingreep slechts zeer weinig bloed verloren gaat.
  • Met een embolisatie kan men àlle fibromen in één maal behandelen. Dit is zeer voordelig voor vrouwen met veel kleine fibromen die anders allemaal één na één chirurgisch verwijderd zouden moeten worden.

Risico voor de baarmoeder?

Een eerste vraag betreft de veiligheid van de kleine kunststofbolletjes.

Deze zijn vervaardigd uit polyvinylalcohol (PVA) en ongeveer een halve millimeter groot. Ze worden reeds meer dan 20 jaar gebruikt om bloedingen te stelpen zowat overal in het lichaam en dit heeft nog nooit echt ernstige problemen opgeleverd. De bolletjes worden meegenomen tot in de kleinste bloedvaten waar ze klem raken en de bloeddoorstroming blokkeren.

Ongetwijfeld vragen vele vrouwen zich ook af of het inspuiten van deze bolletjes geen risico's inhoudt voor de baarmoeder. Dit blijkt niet het geval te zijn. Soms moet bij noodingrepen de bloedtoevoer naar de baarmoeder afgesloten worden, bv. om massieve bloedingen te stoppen. Dit blijkt niet nadelig te zijn voor de baarmoeder. Zij wordt immers ook nog via andere wegen van bloed voorzien dan de slagader die voor de embolisatie-ingrepen gebruikt wordt.

auteur: Geert Maleux, Willy Poppe & Dirk Timmerman
bron: UZ Gezondheidsbrief 117 (1 juni 2001)