Bekkeninfectie: een sluipende oorzaak van onvruchtbaarheid
Wat is het?
Een bekkeninfectie mag dan slechts zelden levensbedreigend zijn, ze kan datzelfde leven echter wel zwaar vergallen door ernstige gevolgen, zoals onvruchtbaarheid, chronische buikpijn en buitenbaarmoederlijke zwangerschappen. Dit is des te schrijnender daar de belangrijkste ziektekiem voor deze infectie, Chlamydia trachomatis, preventief opgespoord én behandeld kan worden. Het probleem is echter dat de ontsteking vaak weinig klachten veroorzaakt.
Onder de benaming bekkeninfectie verstaat men ontstekingen van het baarmoederslijmvlies (endometrium), de eileiders en eierstokken, en de andere organen die in deze buurt liggen. De ontsteking ontstaat door ziektekiemen die zich vanuit de vagina en de baarmoederhals uitzaaien. Men spreekt ook wel eens van een 'opstijgende' ontsteking van de geslachtsorganen.
Bekkeninfectieeen schematische voorstelling van het opstijgen van de infectie vanuit de vagina, via de baarmoeder tot uiteindelijk in de buikholte
In meer dan 8 op 10 gevallen wordt de besmetting via seksueel contact doorgegeven. In zo'n 40 tot 50 % van de gevallen is deze ziektekiem Chlamydia trachomatis. Andere belangrijke ziektekiemen zijn ureaplasmata, mycoplasmata, gonokokken, enz. Meestal zijn verschillende ziektekiemen tegelijk in de infectie betrokken. Een bekkeninfectie beschouwt men daarom gewoonlijk als een meng-infectie.
Risicogroep
Het risico op een opstijgende bekkeninfectie is groter bij enkele groepen van vrouwen.
- Bekkeninfecties komen vooral voor bij jonge vrouwen. Vooral experimenterende adolescenten en jonge volwassenen (20 tot 25 jaar) met wisselende seksuele contacten hebben aanzienlijk meer kans op zulk een infectie.
- Het risico op een infectie neemt toe met het aantal seksuele partners.
- Contraceptiva hebben een belangrijke invloed op het risico. Methodes die gebruik maken van een barrière, zoals een condoom of een diafragma, bieden een goede bescherming tegen de infecties. De pil zou eveneens een beschermend effect hebben. Op welk mechanisme dit beschermend effect berust, is niet duidelijk. Spiraaltjes doen het risico op een opstijgende infectie toenemen, vooral tijdens de eerste maanden na het inbrengen. Nadien zou het risico terug afnemen. Het risico is ook verhoogd tot meer dan een jaar na de verwijdering van het spiraaltje.
- Vaginale spoelingen verhogen het risico.
- Men heeft vastgesteld dat bekkeninfecties vaker voorkomen bij meisjes die roken. Vermoedelijk hangt dit vooral samen met het feit dat deze meisjes meer bereid zijn risico's te nemen en 'te durven'.
- Deze infecties kunnen ook optreden na een gynaecologische ingreep, zoals een reiniging van de baarmoeder (curettage), een abortus, of een radiografische opname waarvoor contraststof in de baarmoeder opgespoten wordt. Tijdens dergelijke ingrepen kunnen immers ziektekiemen via de baarmoederhals in de baarmoeder gebracht worden.
Gevolgen
Uitzonderlijk kan de besmetting tot een algemene buikinfectie leiden die gepaard gaat met de vorming van abcessen en het ontstaan van een zogenaamde bloedvergiftiging (sepsis). Dit is een uiterst bedreigende toestand die vaak fataal afloopt, maar zoals gezegd ook zeer zeldzaam is.
Meestal verloopt een bekkenontsteking immers onopvallend en zonder al te veel hinder of gevaar voor de onmiddellijke gezondheid. Volgens gegevens uit de Verenigde Staten hebben meer dan 70 % van de met Chlamydia besmette vrouwen en zo'n 50 % van de besmette mannen geen klachten of symptomen die op de infectie wijzen. Dit heeft verschillende gevolgen. Deze mensen laten zich niet behandelen en vormen bijgevolg een grote groep die de infectie kan doorgeven aan nieuwe seksuele partners.
De infectie kan ernstige beschadigingen aan de baarmoeder, eileiders en eierstokken veroorzaken zonder dat de vrouw daar iets van merkt. Deze schade wordt pas later duidelijk als men kinderen wil. Minder dan de helft van de vrouwen die onvruchtbaar zijn door afgesloten eileiders herinneren zich dat ze ooit een bekkeninfectie gehad hebben.
Littekenweefsel
De infectie leidt tot het ontstaan van littekenweefsel tussen en in de organen en de andere weefselstructuren van het bekken. Het littekenweefsel kan de organen in het bekken ook volledig overdekken met een dunne laag die de indruk geeft dat alles met een dunne ijslaag bedekt is. Dit is de reden waarom er ook wel eens van een frozen pelvis gesproken wordt.
Pijn
Het littekenweefsel kan pijnlijke spanningen veroorzaken, de normale bewegingsvrijheid van de organen beperken, enz. Ongeveer 1 op 5 vrouwen met een bekkeninfectie houdt hieraan blijvende pijn onder in de buik over of klaagt van pijn tijdens seksuele betrekkingen.
Verstoorde vruchtbaarheid
Het littekenweefsel kan de goede werking van de geslachtsorganen verstoren, bv. de doorgang van de eileiders blokkeren of maken dat de eicel na de eisprong moeilijker in de eileiders terecht kan komen, enz. Dergelijke vergroeiingen kunnen bijgevolg tot een verstoorde vruchtbaarheid (infertiliteit) leiden.
Hoe vaak dit zich voordoet, is niet goed geweten vermits veel vrouwen niet of slechts laat naar een arts stappen met dit probleem. Bij de vrouwen die klachten ondervinden van de ontsteking stelt men echter vast dat uiteindelijk zo'n 20 % met vruchtbaarheidsproblemen kampt.
Dit aantal loopt nog op na volgende infecties, namelijk tot 30 % na 2 en tot 60 % na 3 bekkeninfecties.
Buitenbaarmoederlijke zwangerschap
De vergroeiingen verhinderen soms dat een bevruchte eicel zich in de baarmoeder nestelt, zoals normaal. Hierdoor ontstaat er een risico op een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Onderzoek wijst uit dat ongeveer 10 % van de vrouwen die zich voor een bekkeninfectie laten behandelen nadien ooit met een buitenbaarmoederlijke zwangerschap geconfronteerd worden.
Dit vormt een ernstig probleem, vermits buitenbaarmoederlijke zwangerschappen de belangrijkste doodsoorzaak zijn voor zwangere vrouwen. In de Verenigde Staten zijn de problemen met buitenbaarmoederlijke zwangerschappen de laatste 20 jaar vervijfvoudigd. Er zijn sterke aanwijzingen dat de bekkeninfecties door Chlamydia hier in belangrijke mate toe bijgedragen hebben.
Ook in Europa wordt een gelijkaardige toename van het aantal buitenbaarmoederlijke zwangerschappen vastgesteld.
Bijkomende infecties
De bekkeninfectie gaat meestal gepaard met ontstekingen van de baarmoederhals, de vagina, enz. Dit betekent dat de normale afweer in de slijmvliezen van deze organen aangetast is, wat dus ook het risico verhoogt op besmetting met andere ziektekiemen, zoals bv. met het HI-virus dat aids veroorzaakt.
Diagnose
Een probleem met bekkenontstekingen door Chlamydia is dat slechts weinig vrouwen er hinder van ondervinden en er dus ook niet mee naar een arts gaan. Ondertussen kan de ontsteking echter verder blijven evolueren.
Meestal wordt de ontsteking dan ook pas ontdekt wanneer de verwikkelingen ervan ook pijn of andere klachten beginnen te veroorzaken, zoals bv. pijn tijdens het vrijen (deze pijn situeert zich vooral diep in de buik en niet in de vagina), een toegenomen vaginale witafscheiding, tussentijds bloedverlies of bloedverlies na seksuele betrekkingen, lichte koorts en een algemeen vaag gevoel van ziekte.
Deze klachten kunnen ook bij talrijke andere aandoeningen voorkomen en zijn dus zeker niet specifiek voor een bekkeninfectie.
De diagnose wordt gesteld door de opsporing van de ziektekiemen in de omgeving van de baarmoederhals. Dit gebeurt momenteel vooral aan de hand van een kweek (cultuur) van de ziektekiemen. De arts veegt hiertoe met een steriele spatel wat slijm op uit de baarmoederhals. Dit slijm wordt uitgesmeerd op een schaaltje waarop zich voedingsstoffen bevinden die een ideale voortplantingsomgeving bieden aan de ziektekiemen die men wil opsporen. Na enkele dagen wachten zijn de geënte ziektekiemen uitgegroeid tot colonies die voldoende groot zijn voor verder onderzoek (o.a. met de microscoop).
Aan de hand van deze culturen kan men ook controleren voor welke antibiotica de ziektekiemen gevoelig zijn. Dit wordt een antibiogram genoemd. Een afname van stalen voor een onderzoek naar de ziektekiemen moet àltijd gebeuren vóór de behandeling met antibiotica gestart wordt.
Deze opsporing is niet eenvoudig en moet zeer zorgvuldig uitgevoerd worden. De afname van het staal, de bewaring ervan, enz., kan gemakkelijk fout lopen waardoor de cultuur geen resultaat oplevert en men het valse idee krijgt dat er geen ziektekiemen aanwezig zijn. Een dergelijke uitslag (de test wijst niet op ziektekiemen, terwijl die er in werkelijkheid wél zijn) wordt een vals-negatief resultaat genoemd.
Er bestaan ook gevoelige onderzoekstechnieken waarmee Chlamydia opgespoord kan worden in urine of slijm van de baarmoederhals bij gezonde mensen zonder klachten. Deze technieken worden momenteel echter nog maar beperkt toegepast.
Indien er ernstige aanwijzingen zijn voor een bekkeninfectie kan een laparoscopie uitgevoerd worden. Hierbij wordt via een klein sneetje een kijkbuis (laparoscoop) in de buik geschoven zodat men een rechtstreeks zicht krijgt op de organen en zich ook onmiddellijk een algemeen beeld kan vormen van de mogelijke problematiek (of andere aandoeningen). Via de kijkbuis kunnen ook kleine instrumenten naar binnen gebracht worden, bv. kleine tangetjes. Hiermee kan men rechtstreeks stalen nemen, bv. van abcessen, vergroeiingen, enz., om de mogelijke oorzakelijke ziektekiemen op te sporen.
Behandeling
Er zijn aanwijzingen dat de ernstige gevolgen van een bekkeninfectie vermeden kunnen worden als men snel, dit is binnen enkele dagen na het begin van de klachten, met de behandeling kan starten. Zoals vermeld, is dit echter vaak moeilijk omdat de klachten dikwijls beperkt blijven en men aanvankelijk nauwelijks of zelfs geen pijn heeft. Doorgaans is de infectie dus reeds enige tijd aanwezig.
De aard van de behandeling hangt vooral af van de ernst van de aandoening.
- De meeste bekkeninfecties zijn eerder licht en kunnen behandeld worden met antibiotica.
Meestal gebruikt men een combinatie van enkele antibiotica (bv. amoxycilline en doxycicline). Bekkeninfecties zijn doorgaans immers menginfecties en de meeste ziektekiemen zijn niet gevoelig voor éénzelfde antibioticum. Chlamydia bv. is enkel gevoelig voor doxycycline, tetracycline, erythromycine, in mindere mate voor quinolones, maar niet voor penicilline. Een behandeling met slechts één antibioticum is dan ook af te raden omdat men daarmee slechts één of enkele ziektekiemen treft en de rest ongestoord laat.
Een behandeling van een Chlamydia-infectie moet minstens 3 weken aangehouden worden. De behandeling mag slechts gestopt worden als alle klachten en mogelijke tekens van de infectie verdwenen zijn.
Het te vroeg stopzetten van de behandeling is een van de belangrijkste oorzaken voor het terugkomen van de infectie. In dat geval worden de ziektekiemen niet voldoende uitgeroeid en kunnen ze hun verwoestend effect blijven verderzetten. Dit gaat gepaard met een hoger risico op langdurige problemen zoals pijn of vruchtbaarheidsstoornissen. De behandeling mag dus nooit op eigen initiatief onderbroken worden, zelfs niet als men zich goed voelt en de pijn die men voorheen voelde reeds verdwenen is. - Bij ernstige infecties moet men in het ziekenhuis opgenomen worden en wordt de antibiotica via een druppelinfuus rechtstreeks in de bloedsomloop gebracht. Nadien is nog een nabehandeling noodzakelijk die wekenlang aangehouden moet worden.
- Soms is een heelkundige behandeling nodig, bv. bij een abces om de etter te kunnen draineren en eventuele vergroeiingen los te maken. Bij jonge vrouwen kan het soms nuttig zijn om 3 tot 6 maanden na de genezing een volgende laparoscopie te verrichten om de vergroeiingen te verwijderen en zo de kansen op een zwangerschap zo hoog mogelijk te houden.
De vergeten partner
Chlamydia trachomatis is één van de meest voorkomende seksueel overdraagbare aandoeningen. Alleen de vrouw behandelen bij een infectie heeft weinig zin, vermits er een grote kans is dat ze opnieuw besmet wordt bij volgende seksuele contacten met haar partner. Er wordt dan ook sterk aangeraden dat de seksuele partner gelijktijdig met de vrouw behandeld wordt.
Een bijkomend probleem is echter dat deze infectie zich vooral voordoet bij jonge vrouwen met wisselende seksuele contacten. Het behandelen van al de seksuele partners ligt daardoor spijtig genoeg niet altijd voor de hand.
Preventie
Door zich geregeld te laten onderzoeken, kan een vrouw de risico's en verwikkelingen van een bekkeninfectie aanzienlijk beperken. Dit geregeld onderzoek is vooral aangewezen voor:
- vrouwen met een baarmoederhals-infectie (zowel wanneer die infectie klachten geeft, als wanneer de arts ze bij een gynaecologisch onderzoek opmerkt);
- seksueel actieve vrouwen jonger dan 20 jaar;
- seksueel actieve vrouwen ouder dan 20 jaar die nooit of slechts af en toe condomen gebruiken en tijdens de laatste 3 maanden een nieuwe of meer dan één seksuele partner hadden.
Het gebruiken van condomen bij àlle seksuele contacten wordt sterk aangeraden. Deze bieden niet alleen een goede bescherming tegen Chlamydia, maar ook tegen alle andere ziekten die seksueel overgedragen worden.
auteur: Willy Poppe
bron: UZ Gezondheidsbrief 77 (1 februari 1998)
