Menstruele cyclus in 4 stappen

Een normale menstruele cyclus kunt u opsplitsen in 4 grote fasen:

Menstruele cyclus

1. Folliculaire fase of rijping van eicel

De menstruele cyclus begint met de groei en rijping van een nieuwe eicel in een blaasje, follikel genoemd. Naarmate de follikel groeit, scheidt hij meer en meer hormonen (oestrogenen) af.

De piekconcentratie aan oestrogenen

  • maakt het slijm van de slijmprop, dat in principe de baarmoederhals ontoegankelijk maakt voor zaadcellen, gedurende enkele dagen wel toegankelijk.
  • doet de spieren rond de baarmoederhals ontspannen zodat de baarmoederhals zich lichtjes opent om de zaadcellen doorgang te verlenen.

In een reactie op de piek in de oestrogenenproductie scheidt de hypofyse plots veel luteïniserend hormoon af. Dat stimuleert het vrijkomen van de eicel uit de follikel.

In 2 weken tijd groeit de follikel in de eierstokken van hooguit enkele tienden van een millimeter in diameter bij aanvang van de cyclus tot ruim twee centimeter aan het eind van de folliculaire fase. E

Een rijpe follikel puilt duidelijk uit de eierstok en is goed zichtbaar met het blote oog (bijvoorbeeld tijdens een kijkoperatie in de buik). Rijpe follikels zijn ook groot genoeg om ze via echografie op te sporen en aan te prikken (bijvoorbeeld bij het 'oogsten van eicellen' voor in-vitrofertilisatie).

2. Ovulatie of eisprong

Eisprong

De eisprong of ovulatie is het moment waarop de rijpe follikel barst en de eicel vrijkomt. Dat gebeurt ongeveer 14 dagen voor het einde van de menstruele cyclus.

Kort voor de eisprong plooien de eileider en de franjes aan het uiteinde ervan zich rond de eierstok waar de rijpe eicel klaarzit voor de eisprong. Wanneer de eicel loskomt, wordt ze gewoonlijk binnen enkele minuten opgevangen door de franjes van de eileider.

Ritmische samentrekkingen van de baarmoeder en de eileiders zorgen voor een golfbeweging van vocht waarop de eicel de eileider verder binnendrijft.

Het transport van de eicel vanuit de eierstok naar het middelste, bredere deel van de eileider (ampulla) gebeurt in minder dan zeven uur. Nadien blijft de eicel ongeveer 72 uur in de ampulla en is gedurende 24 uur na de eisprong bevruchtbaar. 

Na 72 uur begint het transport van de eicel, bevrucht of niet, naar de baarmoeder.

3. Luteale fase: baarmoeder maakt zich klaar

De resten van de follikel ondergaan na de eisprong een verandering. Ze vormen zich om tot een geel lichaam (corpus luteum), onder invloed van het luteï?niserend hormoon. Vandaar de naam luteale fase.

Het gele lichaam maakt op zijn beurt progesteron aan, een hormoon dat het baarmoederslijmvlies stimuleert om zich klaar te maken voor de innesteling van de bevruchte eicel. Die laatste bereikt de baarmoeder vijf tot zes dagen na de eisprong.

4. Menstruatie

Als de eicel na de eisprong niet werd bevrucht, dan geraakt het gele lichaam snel uitgeput. Rond de 13e dag na de eisprong neemt de progesteronproductie in dat geval sterk af. Hiermee houdt ook de stimulatie van het baarmoederslijmvlies op.

Het baarmoederslijmvlies sterft af en wordt afgestoten. Dat is het begin van de vierde grote fase in de cyclus: de menstruatie (maandstonden of regels).

Het begin van de menstruatie markeert ook de aanvang van een nieuwe cyclus: er is geen zwangerschap. Het licht staat op groen voor de rijping van een nieuwe eicel.

Duur van menstruele cyclus

Een menstruele cyclus duurt gemiddeld 28 dagen. In de praktijk varieert de lengte van de cyclus van vrouw tot vrouw. Bij sommige vrouwen is hij wat korter, bij andere langer. Bovendien kan de duur van een cyclus bij eenzelfde vrouw wijzigen in de loop van haar leven.

Schommelingen in de lengte van de cyclus zijn meestal het gevolg van schommelingen in de duur van de folliculaire fase. Deze schommelingen zijn echter niet noodzakelijk onrustwekkend. Ze komen bij veel vrouwen voor en kunnen het gevolg zijn van tal van factoren (bijvoorbeeld veranderingen van leefgewoonten tijdens de vakantie, een drukke periode op het werk, een aangrijpende gebeurtenis in de familie- of vriendenkring).

Bevruchting en innesteling

Ontmoet een eicel kort na de eisprong een zaadcel, dan kan bevruchting plaatsvinden in de eileider. Die bevruchting gebeurt in verschillende stappen.

  • In een eerste fase ligt de zaadcel tegen de wand van de eicel en versmelten de celwanden tot e?e?n grote cel.
  • In een volgende fase smelten ook de celkernen samen tot 1 celkern. Deze eerste celkern van het embryo vormt zich binnen 12 tot 20 uur na de bevruchting.
  • Nadien deelt die eerste embryocel zich en start de ontwikkeling van het embryo.
  • Ondertussen begint het prille embryo zijn tocht naar de baarmoeder.
  • Daar aangekomen maakt ze contact met het baarmoederslijmvlies waarin ze in de loop van de volgende dagen volledig wordt opgenomen.

Tegen de tiende dag na de bevruchting is de innesteling helemaal afgerond. Het embryo en het baarmoederslijmvlies scheiden tijdens de toenadering, de vasthechting en de opname van het embryo verschillende stoffen af die dit proces tot een goed einde moeten brengen. Een van die hormonen is het humaan choriongonadotrofine (hCG). Dit zwangerschapshormoon stimuleert het gele lichaam tot de verdere aanmaak en afscheiding van een verhoogde hoeveelheid oestrogenen en progesteron, die nodig zijn om de zwangerschap in stand te houden.

Vruchtbare periode

Recent onderzoek leert dat de vruchtbare periode van de cyclus sterk kan schommelen, zelfs bij vrouwen met een heel regelmatige cyclus. Er zijn maar weinig dagen van de cyclus waarop een vrouw vruchtbaar is. Bij vrouwen met een regelmatige cyclus van 28 dagen ligt de meest vruchtbare periode tussen dag 11 en dag 16 van de cyclus.

Zonder rekening te houden met de dag van de cyclus of het moment van de eisprong heeft men de grootste kans op bevruchting wanneer men om de 2 dagen, dus ongeveer 2 tot 3 maal per week seks heeft. Koppels die minder dan een keer per week vrijen, hebben veel minder kans op een zwangerschap dan koppels die geregeld seks hebben. Die kans wordt geschat op zo'n 16% op zes maanden tijd. Bij koppels die zo'n driemaal per week vrijen zou die kans tot ongeveer 50% oplopen.

Houd rekening met het volgende:

  • Mannelijk zaad blijft zo’n twee dagen vruchtbaar (gemiddeld ongeveer 48 uur).
  • De vrouwelijke eicel is ongeveer e?e?n dag vruchtbaar.
  • De beste kansen tot bevruchting krijgt u bijgevolg door om de twee dagen geslachtsgemeenschap te hebben, vanaf vier dagen voor tot twee dagen na de verwachte eisprong.

Vrouwen die geen voorbehoedsmiddel gebruiken, en die gedurende zeker e?e?n week voor de eisprong niet meer hebben gevrijd, blijken soms - totaal onverwacht - zwanger te zijn. Dat is inderdaad mogelijk omdat zaadcellen soms vrij lang kunnen overleven in de baarmoederhals en de eileiders. Op beide plaatsen worden vocht en voedingsstoffen afgescheiden die de zaadcellen in leven helpen houden. Soms worden er tot 8 dagen na de geslachtsgemeenschap nog levende zaadcellen aangetroffen.

Meer info en vragen