Epidurale infiltratie

Hier vindt u meer informatie over de procedure epidurale infiltratie die wordt uitgevoerd in het Leuvens algologisch centrum - pijncentrum - van UZ Leuven.

Epidurale infiltratie in het kort

Bij een epidurale infiltratie injecteert de arts corticosteroïden en een verdovend geneesmiddel in de epidurale ruimte vlak bij de pijnlijke zenuw, met als doel de pijn te verminderen.

Anatomie van de wervelkolom wervelkolom detail

De wervelkolom bestaat uit 24 wervels: 7 halswervels (cervicaal), 12 borstwervels (thoracaal) en 5 lendenwervels (lumbaal). Onder de laatste lendenwervel bevindt zich het sacrum of heiligbeen, gevormd uit 5 aan elkaar vastgegroeide wervels. Tussen de wervels van de wervelkolom zitten tussenwervelschijven, of discussen, die fungeren als schokbrekers. Twee wervels worden met elkaar verbonden door een tussenwervelgewricht of facetgewricht. De tussenwervelgewrichten zorgen ervoor dat de wervels ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. Centraal in de wervelkolom ligt het ruggenmerg. Vanuit het ruggenmerg vertrekken zenuwbanen naar verschillende gebieden in het lichaam. Het ruggenmerg staat rechtstreeks in contact met onze hersenen.

Indicaties tot behandeling

Door een ongeval of door slijtage van de wervelkolom kunnen na verloop van tijd zenuwpijnen ontstaan. Die ontstaan door druk op of irritatie van de zenuwen die vertrekken vanuit de wervelkolom. Afhankelijk van welke zenuw geïrriteerd is, zal de pijn uitstralen naar een bepaald deel van het lichaam, bijvoorbeeld via de achterzijde van het dijbeen naar de enkel.

Wat is een epidurale infiltratie? epidurale ruimte

Bij een epidurale infiltratie (ruggenprik) steekt de arts een fijne naald door de huid tot in de epidurale ruimte net buiten het ruggenmerg. Via de naald worden een zeer krachtige ontstekingsremmer (corticosteroïd) en een verdovend geneesmiddel ingespoten, die in de epidurale ruimte rechtstreeks in contact komen met de pijnlijke zenuw. Deze behandeling heeft als doel de pijn te verminderen en plaatselijk de ontsteking en zwelling weg te nemen. De plaats van de inspuiting kan wel of niet overeenkomen met de plaats waar u pijn voelt. De inspuiting wordt altijd zo dicht mogelijk bij de zenuwen geplaatst die geïrriteerd zijn.

Afhankelijk van de klachten kan de injectie plaatsvinden ter hoogte van de nek (cervicaal), borstkas (thoracaal) of onderrug (lumbaal). Vaak moet de behandeling een tot twee keer herhaald worden, met een tussenpoos van twee weken.

Hoe moet u zich voorbereiden op de behandeling?

De behandeling gebeurt meestal ambulant in het Leuvens algologisch centrum (LAC), ook wel pijncentrum genoemd. Zorg ervoor dat iemand u begeleidt, want na de behandeling mag u niet zelf met de wagen naar huis rijden.

U hoeft niet nuchter te zijn voor de behandeling.

Verwittig op voorhand uw huisarts en het pijncentrum indien:

  • U bloedverdunnende geneesmiddelen gebruikt. Sommige bloedverdunners moeten tijdelijk omgeschakeld worden naar een ander geneesmiddel.
  • U allergisch of overgevoelig bent voor bepaalde soorten van geneesmiddelen, contrastmiddelen, kleefpleisters, ontsmettingsstoffen.
  • U diabetes hebt.
  • U zwanger bent.

Hoe verloopt de behandeling?

De dag van de behandeling schrijft u zich in aan het onthaal van het ziekenhuis. Vervolgens wordt u doorverwezen naar het pijncentrum (Leuvens algologisch centrum). Een medewerker zal uw afspraak bevestigen en u kan plaatsnemen in de wachtruimte.

Voor de behandeling start, wordt er een waakinfuus geplaatst. Dit dient om bij een eventuele onvoorziene reactie (shock) op de toegediende medicatie snel een geneesmiddel toe te dienen.

De verpleegkundige zal u vragen om plaats te nemen op het bed in een houding die het mogelijk maakt om uw ruggenwervels zo ver mogelijk uit mekaar te brengen. De huid wordt grondig ontsmet met een rode vloeistof die koud aanvoelt. De huid en de onderliggende structuren worden vervolgens plaatselijk verdoofd. Wanneer deze verdoving  voldoende werkt brengt de arts de epidurale naald tot in de epidurale ruimte. Na controle op de juiste plaatsing van de naald wordt het geneesmiddel ingespoten.

Het is erg belangrijk dat u tijdens deze behandeling rustig en ontspannen blijft zitten en dat u elke prikkeling en/of pijnsensatie zo nauwkeurig mogelijk aan de arts beschrijft. De arts zal rekening houden met uw aanwijzingen om zo de naald wat te verplaatsen of de plaatselijke verdoving aan te passen.

De volledige behandeling neemt ongeveer een tiental minuten in beslag. De eigenlijke injectie met het geneesmiddel zelf duurt een tweetal minuten.

Na de behandeling moet u nog een half uur blijven liggen en worden regelmatig uw bloeddruk en pols gecontroleerd. Nadien mag u het ziekenhuis verlaten.

Wat gebeurt er na de behandeling?

Als alles goed verlopen is, mag u na de behandeling naar huis. De eerste 24 uur na de behandeling mag u niet actief deelnemen aan het verkeer. U doet het de eerste dag best ook rustig aan.

Het is mogelijk dat uw nek of rug pijnlijk aanvoelen in de dagen na de behandeling. Dit is een gevolg van de prik zelf en van de reactie van het lichaam op een lichaamsvreemde stof. Vanaf de derde dag zal deze pijn geleidelijk afnemen en verdwijnen.

Wat zijn de mogelijke nevenwerkingen of complicaties

Hoewel de behandeling en de toegediende producten erg veilig zijn, kunnen er uitzonderlijk complicaties optreden.

  • Er bestaat een kleine kans op bloeding, infectie, zenuwbeschadiging en pijn door de prik zelf.
  • Soms wordt er tijdens de behandeling een klein bloedvat geraakt, waardoor een kleine bloeding kan ontstaan. Dit vormt geen probleem wanneer u geen bloedverdunners neemt of deze tijdig hebt stopgezet.
  • Corticosteroïden kunnen sporadisch spierzwakte, hoofdpijn, tijdelijke gewichtstoename of een ontregeling van diabetes veroorzaken.
    Bij aanhoudende hoofdpijn (vooral bij het rechtkomen van liggende naar zittende houding) neemt u best contact op met uw huisarts.
  • Het plaatselijke verdovingsmiddel kan aanleiding geven tot een daling van uw bloeddruk.
  • Zowel corticosteroïden als het verdovingsmiddel kunnen aanleiding geven tot een allergische reactie.
    Indien u in het verleden al een dergelijke allergische reactie had, verwittig dan zeker de arts voor de start van de behandeling.

Resultaten

Globaal gezien verbeteren de pijnklachten na de eerste infiltratie. Een tweede infiltratie doet de klachten verder afnemen en stabiliseren. Soms is een derde infiltratie aangewezen. Hoe dan ook is er een wachttijd van minimum twee weken tussen twee opeenvolgende infiltraties.

Door een afname van de pijnklachten kan u beter functioneren of revalideren.

Toch blijft het zo dat een aantal patiënten geen baat vindt bij een epidurale infiltratie en kunnen we u niet garanderen dat deze of andere behandelingen uw pijn voldoende zal verminderen.