Getuigenissen LUMOS

Getuigenis-reisverslag Marianne Fontaine : Congo Kisantu maart 2011

Kisantu was geen onbekend terrein toen ik in maart op missie vertrok. 2 jaar geleden trok ik voor een eerste maal met Lumos naar Congo. Maar toch is elke missie weer helemaal anders: een andere groep, meer verantwoordelijkheden maar ook ter plaatse was er heel wat veranderd: een nieuwe kinesist en enkele zusters die vertrokken waren. Ik merkte al snel dat je een tweede keer toch op een heel andere manier alles beleeft en bekijkt. Mijn eerste missie leek plots zo oppervlakkig geweest te zijn: de eerste indrukken waren toen misschien al intens genoeg. Deze missie was de dood nooit veraf: er kwamen een aantal zware accidenten binnen op de 'salle d'urgence', ik ging een kijkje nemen in het mortuarium maar ook 's avonds als je je gedachten probeert te verzetten hoor je mensen hysterisch huilen omdat er iemand gestorven is. (het klooster waar we sliepen ligt tegenover de spoedgevallendienst.) Maar natuurlijk zijn er ook een heleboel leuke ervaringen: toen we zondag, pas aangekomen, en al snel het ziekenhuis gingen verkennen viel onmiddellijk het grote aantal vuilbakken op. En sterker nog, ze werden gebruikt! Het ziekenhuis zag er algemeen properder uit, of was ik er gewoon al aan gewend? Maandag bij de kiné viel mij een jongetje op die zelfstandig een hele reeks oefeningen deed. Een hele vooruitgang tegenover de massage, warmtelamp en elektrotherapie die 2 jaar geleden vooral gebruikt werden.

 Therapeut aan het werk met knieletsel

We werkten 2 weken erg intens samen, zowel op vlak van kinesitherapie met de lokale kinesitherapeuten en natuurlijk ook met mijn collega Anita die mee was, maar ook de rest van het team. We volgden de patiënten op die door Dr Jan en Gonda geopereerd werden na trauma en ook de kiné aanvragen van de patiënten vanuit de consultatie orthopedie stroomden binnen. Ook Kris van het wondteam riep onze hulp in als een patiënt bedlegerig was met doorligwonden en dergelijke tot gevolg. Maar ook omgekeerd kon ik met mijn vragen en lesvoorbereidingen steeds bij de andere teamleden terecht. De combinatie van een orthopedist, kinesitherapie en een wondspecialist bleken de perfecte professionele match. Maar ook buiten de werkuren was de sfeer zowel in de groep als met de zusters opperbest! We werden bij de zusters verwend met Vlaamse kost zoals witloof in hesperollekes en bloemkool, dit opgeluisterd door een authentiek West-Vlaams accent.  We konden ook lokale specialiteiten proeven zoals poulet à la muambe en chikwangue dit alles extra op smaak gebracht met een extra dosis pilipili en voldoende zout. Met 38°C durven de zoutreserves wel wat uitgeput geraken, al helemaal als je ’s morgens voor het werk gaat joggen en een verkeerde afslag neemt. Aan supporters hadden Kris en ik geen gebrek.

 Foto tuin

Wat is het belangrijkste dat we op vlak van kinesitherapie bereikt hebben??? Ik denk dat de belangrijkste verwezenlijking deze missie het snel starten van de kinesitherapie postoperatief na orthopedische ingreep. Tot nog toe werd er pas na het verwijderen van het orthopedisch materiaal gestart met de mobilisaties. Dit is slechts na een aantal maanden met ernstige contracturen tot gevolg. We leerden de kinesitherapeuten aan welke behandeling ze bij deze patiënten konden doen. Maar ook de artsen en de patiënten hadden enige overtuiging nodig van het nut van snelle opstart van therapie. Maar na wat meer praktijk ervaring voor de kinesitherapeuten, de nodige lessen voor de artsen en verpleging en een aantal mooie patiënten voorbeelden denk ik wel dat we iedereen konden overtuigen van het belang hiervan.

Twee weken tijd is enorm kort maar toch zag ik al heel wat veranderingen in de behandelingen van de kinés, bij Kris in de wondverzorging, ... waardoor je met een moe maar voldaan gevoel vertrekt en hoopt dat je snel kan terugkeren om te kijken wat er blijven hangen is.  

 

 

Kameroen: Stefan Vandervelde (verpleegkundige traumatologie):

“Mijn liefde voor Afrika is niet nieuw. Ik bezocht al landen als Rwanda, Gambia en Tanzania, maar ik had er nog nooit gewerkt. In mei van dit jaar ging ik voor het eerst mee op missie met LUMOS naar Kameroen. Mijn werk was grotendeels verkennend. Ik draaide een aantal dagen mee op de verpleegafdelingen van het St. Marin De Porres Hospital in Njinikom. Het viel op dat de verspreiding van informatie en de betrokkenheid van de verpleegkundigen in het zorgproces beter konden. Daarom werd in overleg met de lokale zorgverleners een werkplan opgesteld dat verder wordt uitgewerkt door de mensen die in oktober op missie vertrokken. Die werkwijze past helemaal in de filosofie van LUMOS: organisaties helpen organisaties.

Zo heeft de hulp een grotere impact dan wanneer je enkel individuen helpt. In dezelfde lijn lag ook het wetenschappelijk onderzoek van prof. dr. Proesmans naar de oorzaken van misvormde ledematen en het opzetten van een kwaliteitscontrole in de apotheek. Het is prettig werken met een organisatie die deel uitmaakt van UZ Leuven. Zo kunnen we niet alleen steunen op de expertise van het ziekenhuis, maar kan de hele universitaire gemeenschap met al zijn kennis en kunde ingeschakeld worden in de lokale ontwikkelingshulp.”

Kameroen

Congo-Kisantu Paul Lemmens:

“Sinds 1978 werk ik als medisch laboratoriumtechnoloog in het lab bacteriologie van UZ Leuven. Mijn toenmalig diensthoofd had veel contacten in onder andere Centraal-Afrika. Toen hij me in 1983 vroeg om ter plaatse bestaande labs te ondersteunen was ik helemaal voor het idee gewonnen. Na een aantal andere zendingen ging ik in 1999 een eerste keer naar het Hôpital St. Luc van Kisantu. De afdeling bacteriologie van het lab was na de koloniale periode zo afgegleden dat er van bacteriologie nog nauwelijks sprake was. Beetje bij beetje zijn we erin geslaagd het in ere te herstellen.

Het Hôpital St. Luc beschikt nu weer over een degelijke afdeling bacteriologie, die in staat is clinici te voorzien van betrouwbare resultaten. Dat is zeker ook de verdienste van de toegewijde en bekwame laboranten met wie ik samenwerkte. De afgelopen jaren gebruikte ik heel wat vakantieweken om deze zendingen te kunnen uitvoeren en ontelbare avonden om alles voor te bereiden. Maar ik heb natuurlijk ook veel teruggekregen. De mensen in Kisantu zijn vriendelijk en hartelijk. Op zending gaan is voor mij niet zozeer weggaan van huis, maar eerder thuiskomen bij goede vrienden.”

Rwanda Luk Cannoodt (stafmedewerker dienst kwaliteit):

“Bij mijn eerste bezoek aan het rurale zuiden van Rwanda in 2005 werd ik getroffen door de immense noden en uitdagingen op het vlak van moeder- en kindzorg. Samen met bevriende artsen en vroedvrouwen uit België en met de lokale autoriteiten en zorgverstrekkers willen we bijdragen tot het realiseren van de millenniumdoelen 4 en 5 in Rwanda. Die doelen van de VN hebben te maken met het drastisch terugdringen van het sterftecijfer bij kinderen en bij moeders.

Het is hartverwarmend dat er binnen UZ Leuven zoveel steun voor dit initiatief is. LUMOS is een katalysator gebleken om ook externe partners te winnen voor een engagement van meerdere jaren. Het verheugt me vooral dat tientallen jongeren de gelegenheid krijgen zich hiervoor in te zetten en tegelijk dit mooie land en haar bevolking beter te leren kennen.”

Reisverslag Tine Van Rompuy

Donderdag 30 oktober: ziekenhuizen bezoeken
Tondo-ziekenhuis

Tondo is een van de armste ziekenhuizen van de stad. We worden ontvangen door Remy van het Alliance of Health Workers (AHW). Het ziekenhuis is gelegen aan de Smokey Mountains, een vuilnisbelt waar redelijk wat Filippino's wonen. Een aantal keer per dag staat het ziekenhuis onder water omdat het dan vloed is. Het ziekenhuis heeft een capaciteit van 250 bedden en er zijn ongeveer 300 à 400 consultaties per dag. De mensen liggen er meestal met twee in een bed. Er zijn 12 artsen en 100 verpleegkundigen in dienst: van onderbemanning gesproken. Omdat veel verpleegkundigen migreren naar andere landen, is er een enorm personeelstekort. Een shift van 24 uur omwille van personeelstekort is dan ook geen uitzondering. De shiften van 8 uur worden bijna altijd vervangen door shiften van 16 uur.

De meeste Filippino's hebben geen ziekteverzekering. Ze moeten dus de volle pot betalen als ze opgenomen worden in het ziekenhuis. Consultaties en voorschriften zijn gratis. Een opname op de spoedafdeling is kosteloos indien de patiënt daar onmiddellijk sterft. Wordt de patiënt opgenomen, dan moet hij het volledige bedrag betalen tenzij hij een ‘charity statuut’ aanvraagt. Dat houdt veel papierwerk en een gesprek met de sociaal werkster in. Als de patiënt in een ander ziekenhuis een second opinion vraagt, verliest hij dit statuut, want een second opinion laat uitschijnen dat hij geld genoeg heeft. Als de patiënt zijn rekening niet kan betalen, kan hij eventueel nog via een sociaal werkster een tussenkomst krijgen van het ministerie van de gezondheidszorg. Als een familielid sterft, en de familie de rekening niet kan betalen, krijgen ze geen overlijdensakte. Maaltijden, medicatie of materiaal zijn niet in de prijs inbegrepen. De dagprijs wordt berekend op basis van de ernst van de ziekte.

Tondo

Eerst bezoeken we de intensieve eenheid. De patiënten worden er door familieleden beademd, omdat er geen beademingsmachines zijn. Op de IC pediatrie praten we met een papa. Zijn doodziek zoontje van drie maanden ligt op de afdeling met een ‘gastroschisis’ (aangeboren afwijking waarbij er een opening is in de buikwand waardoor de buikinhoud naar buiten stulpt): de darmen hangen er nog uit, helemaal geïnfecteerd. Ik denk niet dat het kind nog lang zal leven, de papa lijkt zich hier niet van bewust.

Nadien gaan we naar de afdeling materniteit. Ook hier liggen de vrouwen meestal met twee in een bed. Toch zien de mensen er redelijk gelukkig uit. De bedden zijn wel vreselijk, helemaal stuk en er zullen wel veel beestjes in rondkruipen. De neonatale afdeling was ook in erbarmelijke staat. Zuurstof wordt met een pompende hand toegediend en de baby’s liggen met twee of vier in een bed. De mini Filippino's liggen er schattig te slapen.

Kidney hospital

Na Tondo hospital en San Lazaro bezoeken we het Kidney hospital. Wat een verschil! Poepsjiek. In Kidney hospital hebben de verpleegkundigen en artsen wel een goed loon en er is genoeg personeel. We worden rondgeleid door een information manager. Zij beweert dat er hier geen buitenlanders komen voor een niertransplantatie en dat de Filippino’s altijd voorrang krijgen. Onze begeleidster Sol is echter zelf nierpatiënte en zegt dat ze veel buitenlanders ziet als ze op consultatie komt. We hebben dus onze bedenkingen bij het verhaal van onze gids.

Voorzijde Kidney hospital

Hier geldt een beleid van ‘eerst betalen en dan pas een behandeling’. Charity patiënten krijgen 20% korting maar dan nog is een behandeling peperduur. Kan een patiënt niet betalen, dan wordt hij niet behandeld, met soms dramatische gevolgen. Buiten staan rijen rolstoelen, alles blinkt en al het nodige dialysemateriaal is aanwezig. Ook dit ziekenhuis wordt meer en meer geprivatiseerd, waardoor het nog duurder wordt voor de gewone man.

Vrijdagvoormiddag 31 oktober: bezoek CHD

Het CHD (Council Health Development) is een niet-gouvernementele organisatie die werkt onder het CPDG (Council for People’s Development and Gouvernance). Terwijl het CHD rond gezondheid werkt, richt het overkoepelende CPDG zich ook op milieu, armoede en democratisch bestuur. We worden ontvangen en rondgeleid door Emval. Hier krijgen de armen drie keer per week gratis consultaties en indien nodig medicatie (hoofdzakelijk donaties). Maar in hoofdzaak is dit centrum een opleidingcentrum voor ‘organizers’ van het platteland of uit de bergen die hier vrijwillig een medische opleiding volgen. Als deze vrijwilligers niet zelf in staat zijn de mensen te helpen (bijvoorbeeld bij te ernstige gevallen) wordt de hulp van het CPDG ingeroepen. Indien nodig worden de patiënten daarna doorverwezen naar het ziekenhuis, maar dan stelt zich vaak weer het probleem van betaling.

Emval licht ook de huidige crisissituatie en de dalende kwaliteit van de gezondheidszorg toe: De helft van de Filippino’s sterft zonder medische verzorging. 60% heeft geen toegang tot gezondheidszorg. De gemiddelde ziekenhuisrekening bedraagt drie keer een maandinkomen en is bijgevolg onbetaalbaar. Het sterftecijfer is heel hoog, vooral bij moeders en kinderen. Tuberculose, diarree en bronchitis vieren hoogtij. Een derde van de Filippino’s eet geen drie maaltijden per dag en is daardoor vatbaarder voor ziektes. Schrijnend is dat buitenlanders daarentegen wel in de ziekenhuizen terecht kunnen voor neuscorrecties, liposuctie, ...

Het medisch toerisme is een groeiend fenomeen in de Filippijnen. Momenteel sluiten Filippijnse ziekenhuizen door zowel een gebrek aan subsidie van de overheid (slechts 2,5% van het BNP gaat naar gezondheidszorg), als door de emigratie van gezondheidswerkers. 85% van de verpleegsters en 68% van de artsen werkt ‘overseas’. Zij zorgen voor een geldstroom vanuit het buitenland naar de Filippijnen die 10% van het BNP bedraagt. Maar vooraleer een verpleegkundige of arts in het buitenland kan gaan werken, moet hij zijn werkgever of ‘recruiter’ 180 000 peso betalen (3 000 euro).

Donderdag 6 november: bezoek aan een ziekenhuis waar de verpleegsters zich bijna allemaal voorbereiden om naar het buitenland te gaan. Negros is de suikerschuur van Filippijnen. De boeren en suikerrietarbeiders zijn straatarm en werken zich kapot: feodaliteit ten top. We worden stil van ons bezoek aan het Corazon Locsin Montelibano Memorial Regional Hospital van Negros. We worden rondgeleid door Wilhelm Dinero, arts en public information officer en Eliana, een verpleegster. Slechts een derde van de verpleegkundigen is vast in dienst. De anderen zijn niet in loondienst maar hebben een vrijwilligersstatuut. Verpleegkundigen die willen emigreren moeten een jaar werkervaring kunnen voorleggen, ze worden hiervoor niet betaald. Integendeel, om te mogen werken in het ziekenhuis moeten ze zelf betalen!

Ook Maaike Fobelets, een vroedvrouw die zich vrijwillig opgaf voor twee inleefdagen in ziekenhuizen in Manilla, moest 75 euro betalen aan het ziekenhuismanagement. Het gebeurt dat het ziekenhuismanagement weigert om te verklaren dat een vrijwilliger bij hen heeft gewerkt waardoor ze opnieuw gratis moet werken om haar jaar ervaring te bewijzen. Deze uit de hand gelopen situatie heeft alles te maken met de migratiepolitiek. Verpleegsters zijn het exportproduct bij uitstek geworden. Ze worden zo uitgebuit dat ze ofwel naar het buitenland gaan, ofwel ander werk zoeken zoals bijvoorbeeld in een call center. Daar verdienen ze veel meer en worden ze niet geconfronteerd met de armoede en slechte loon- en werkomstandigheden.

Eliana, die ons rondleidt, is een goede verpleegster. De manier waarop ze omgaat met de patiënten toont dat ze een hart voor haar vak heeft. Zijzelf kreeg maar een contract van drie maanden: “Ik ben iedere avond compleet uitgeput van hier te werken, ik ben ook aan het sparen om naar het buitenland te gaan.” De papieren die ze hiervoor nodig heeft zijn duur, net als de studies: een semester kost 39 000 peso (650 euro). De hele familie spaart mee zodat er toch iemand van de familie naar het buitenland kan gaan. We vragen of het klopt dat patiënten alleen naar dit ziekenhuis komen als ze stervende zijn. Dat is ook zo. Patiënten moeten vaak van heel ver komen, maar voor velen zijn de transportkosten onbetaalbaar. Daarom wachten ze met naar het ziekenhuis te komen tot het bijna te laat is.

Het General Hospital is ook het enige (!) publieke ziekenhuis van heel westelijk Negros. Het telt 400 bedden. Sommige patiënten brengen zelfs hun eigen bed mee. De gang ligt dan ook vol tijdens ons bezoek. Er zijn slechts acht verpleegkundigen voor 100 bedden. Op de gangen werken wel veel leerling-verpleegkundigen, onder andere uit Ierland. De zorgverleners schamen zich voor de kwaliteit, maar er is gewoon te weinig personeel en materiaal.

Eliana werkt met intensieve patiënten die met 50 anderen in een zaal liggen. “Ik heb maar twee ambu-toestellen voor zuurstof. Dus moet ik keuzes maken: wie laat ik leven en wie niet.” Toch zijn ze fier op hun intensieve afdeling, hoewel er maar vier bedden in plaats van twaalf beschikbaar zijn wegens een tekort aan verpleegkundigen. Op de afdeling neonatolgie hebben ze een klein ambu-toestel. Het is geen machine, maar werkt met handmatige beademing. Een volwassene is een kindje aan het beademen. Voor hoelang? “Dat kind overleeft toch niet?” vragen we. “Neen,” antwoordt Eliana. Hier hebben ze wel infusen.

In het Tondo ziekenhuis in Manilla hadden ze zelfs dat niet. Er zijn hier ook meer patiënten, ze moeten voor alles betalen: infusen, compressen, … Vroeger daarentegen was alles gratis voor de armste patiënten, zoals de suikerrietarbeiders uit de streek. Er zit een kat onder een bed in een zaal met 75 patiënten. De patiënten lijden vooral aan TBC, hoge bloeddruk en diabetes. De meeste patiënten zien er doodziek uit. Onze medicatiegiften worden heel goed onthaald. We zien de artsen de medicatie op datzelfde moment aan hun patiënten geven. Om hun patiënten toch te helpen, kopen verpleegkundigen en artsen vaak medicatie en materiaal uit eigen zak. De artsen hebben een ‘drugsbank’ opgericht met donaties van onder andere de Ierse studenten om hun patiënten te helpen. We nemen veel foto’s als getuigenis achteraf.

 

In Manilla bij Maaike Fobelets,vroedvrouw van het UZ Jette. Ze doet een inleefstage van twee dagen.

Donderdag 6 november

Vandaag is mijn eerste werkdag in het publieke ziekenhuis Fabella. Dit ziekenhuis is gespecialiseerd in de zorg voor moeder en kind. Volgens de officiële cijfers zijn er ongeveer 120 tot 150 bevallingen per dag. Sinds een paar jaar is de subsidie van de overheid voor het ziekenhuis drastisch gedaald, waardoor de prijs voor een vaginale bevalling van 200 naar 2 500 peso is gegaan. Het resultaat hiervan is dat nóg meer mensen een bevalling in een ziekenhuis niet kunnen betalen. De meeste Filippino's bevallen dus thuis. In de privéziekenhuizen moeten de zwangere vrouwen het ziekenhuis verlaten als ze deze som niet kunnen betalen. In Fabella kunnen ze eventueel beroep doen op een charity fonds.

Sfeerbeeld ziekenhuis Fabella

In de voormiddag krijgen we een rondleiding, na een inleiding over de geschiedenis van het ziekenhuis. De organisatie in het ziekenhuis laat te wensen over. Zwangere vrouwen in arbeid worden pas opgenomen vanaf vier cm ontsluiting. Voor het zover is, moeten ze buiten wachten. Om de paar uur worden ze onderzocht en wordt er even met de stethoscoop naar de harttonen van de baby geluisterd. Volgens de organisatie is er een ‘waiting area’ voor hen voorzien, maar tijdens hun wachttijd zitten de vrouwen gewoon buiten tussen de muggen in de hitte of regen.

Het Fabella hospital heeft wel een lage mortaliteitsratio van moeder en kind, in vergelijking met het grote aantal bevallingen. Het is een van de enige ‘deftige’ publieke ziekenhuizen waar vrouwen een volwaardige gezondheidszorg aangeboden wordt. In de namiddag begin ik aan mijn ‘hands off midwifery’ training. In de arbeidskamer en ‘high care room’ liggen zowel vrouwen met pre-eclampsie als vrouwen in arbeid. Alle vrouwen krijgen hier een infuus omdat er blijkbaar veel anemie (bloedarmoede) voorkomt: de mensen hebben geen geld voor groenten en fruit. Ongezonde voeding is goedkoper en daarmee is je maag ook sneller gevuld.

De arts doet de inwendige onderzoeken en de blaaskatheterisaties. In de verloskamer liggen links de vrouwen die moeten bevallen, rechts de vrouwen die voor een abortus komen. Er gebeuren aan de lopende band bevallingen. Mannen zijn niet toegelaten. Als de baby niet geboren is na vijf minuten, komt de gynaecoloog polshoogte nemen. Er wordt zowel tijdens de arbeid als tijdens de bevalling niet naar de harttonen van de baby geluisterd. Wanneer een vrouw van haar eerste kind bevalt wordt er standaard een episiotomie (knip) gezet, het dichtnaaien achteraf gebeurt niet al te zorgvuldig.

Na de geboorte wordt de baby even op de buik van de moeder gelegd, terwijl worden er vingerafdrukken van moeder en kind genomen. Enkele minuten later gaat het kind naar de babykamer, het wordt er verzorgd en in een bakje gelegd met zes andere kinderen. De kinderen gaan per bakje, met z'n zessen te samen, naar de materniteit. Het zijn hier vooral studenten vroedkunde en geneeskunde die de bevalling begeleiden. Een normale bevalling is werk voor de vroedvrouw. Op het einde van de dag heb ik even tijd nodig om alles wat ik gezien heb te verwerken.

Vrijdag 7 november

Mijn tweede dag in Fabella. Het is redelijk rustig op de zaal, met een stuk of vijftien bevallingen. In België zou dat reden zijn voor grote paniek, hier is het niets speciaals. Ik ga even kijken bij een patiënte die er ongelukkig uitziet. Op het kaartje rond haar nek (standaard bij patiënten) lees ik haar verhaal: MIU, 40w +6, G2P1. In mensentaal: baby overleden in buik, voldragen baby: 40 weken en zes dagen, tweede kindje. Ik neem even tijd voor deze vrouw en laat haar haar verhaal vertellen. Ze moest normaal thuis bevallen, met de hulp van een vroedvrouw. Tijdens de arbeid bleek de baby dwars in haar buik te liggen. De vroedvrouw zou de baby hebben proberen te draaien naar een hoofdligging en daardoor zou het kind gestorven zijn (achteraf werd duidelijk dat de baby al voor de arbeid overleden was, de vroedvrouw trof dus geen schuld).

Tijdens de bevalling was het personeel niet vriendelijker of onvriendelijker dan bij een normale bevalling. Na de geboorte werd het kind direct meegenomen en in een doek naast de andere (gezonde) kinderen gelegd. De papa kwam even later naar het kind kijken, zonder enige vorm van privacy. Een paar minuten later wordt er een Siamese tweeling binnengebracht, ze zijn met elkaar verbonden met het hart, de thorax en de buik. Dat is heel confronterend om te zien. De meisjes hebben geen overlevingskans, toch begonnen de pediaters de kinderen te balloneren, intuberen en alles in het werk te stellen om hen te helpen. De ouders hebben geen geld om een operatie te betalen, en de kans dat deze zou slagen is volgens mij bijna onbestaande. Het lijkt contradictorisch: de ziekenhuizen hebben geen geld om voldoende beademingsmachines te kopen of om alle kinderen een adequate zorg te bieden, en toch beginnen ze al vanaf een zwangerschapsduur van 20 weken alles te doen om een kind in leven te houden.

Ter vergelijking: als wij in België met veel moeite een kind van 24 weken en vijf dagen in leven kunnen houden wordt dat bijna een mirakel genoemd. Na de Siamese tweeling bezoek ik de neonatale afdeling. Het ligt er vol superkleine baby’tjes, met bijna allemaal een maagsonde in hun mond en een vierde van hen had een beademingstube. Er ligt een kindje met het syndroom van Down en een hartafwijking. Bijna alle kinderen hier zijn dysmatuur (grootte en gewicht niet in evenwicht met de zwangerschapsduur van de moeder).

Terug in de verloskamer volg ik een vrouw die bevalt van haar zesde kind. Het kind zit nog hoog in het bekken voor ze begint te duwen (dat is normaal). Als de baby na vijf minuten nog niet geboren is, wordt de forceps bovengehaald. Het moet hier snel gaan. De steriliteit in het ziekenhuis is ook niet alles. Na gebruik worden de handschoenen met krantenpapier gevuld en opnieuw gesteriliseerd, daarna worden ze hergebruikt. Op den duur kun je je vingers er volledig door zien, maar dat vormt geen bezwaar. Langs de andere kant moet elke patiënt wel vijf paar nieuwe steriele handschoenen betalen per bevalling, dat ruikt naar afzetterij.

Na mijn observatiedag ga ik terug naar ‘The house of Hannah’ waar ik logeer bij twee Belgische artsen. Het is fijn om hier in de Filippijnen sympathieke en interessante Belgen te leren kennen, waarmee je je ervaringen kunt delen en die begrijpen waar je mee bezig bent. Vooral hun verhalen over de Filippijnen zijn heel interessant: de perceptie van het gezondheidssysteem hier en in België is volledig anders. Er is hier zoveel dat beter kan, om de mensen een volwaardige en kwaliteitsvolle zorg te bieden. Dat dit mogelijk is, bewijzen de privéziekenhuizen die wel goede gezondheidszorg verlenen. Maar om dat te bereiken zijn materiaalgiften alleen niet voldoende: ook de mentaliteit van de mensen moet veranderen: ze zijn deze manier van werken zo gewoon dat ze zich er vaak geen vragen meer bij stellen. Het tekort aan materiaal kunnen ze zelf niet verhelpen, het invoeren van bijvoorbeeld enkele simpele steriliteitsregels is wel haalbaar en zou al een wereld van verschil maken.

Sfeerbeeld ziekenhuis Sfeerbeeld ziekenhuis
Sfeerbeeld ziekenhuis Sfeerbeeld ziekenhuis
Sfeerbeeld ziekenhuis Sfeerbeeld ziekenhuis