Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Eenkamerhart

Wat is een eenkamerhart?
Hoe wordt een eenkamerhart behandeld?
Waar moet een patiënt met een éénkamerhart op letten?

Wat is een eenkamerhart? (monoventrikel, univentriculair hart, dubbel inlet ventrikel, linkerkamerhypoplasie)

Eenkamerhart is een verzamelnaam voor een aantal een aantal hartafwijkingen die één gezamelijke eigenschap bezitten: door een combinatie van afwijkingen kunnen de kamers van het hart enkel gebruikt worden om bloed naar het lichaam te pompen. De bloedvoorziening naar de longen die normaal door de rechterkamer verzorgd wordt moet via een omweg gebeuren.

Illustratie van een eenkamerhart en een normaal hart

 

Hoe wordt een eenkamerhart behandeld?

Het hoofddoel is het bereiken van twee gescheiden circulaties:

  • circulatie die het zuurstofrijke bloed vanuit de longen naar het lichaam pompt en gebruik maakt van de hartkamer;
  • circulatie die het zuurstofarme bloed vanuit het lichaam naar de longen leidt zonder tussenkomst van de hartkamer.

Hiervoor zijn specifieke operaties ontwikkeld (bv: Fontan-operatie).

Waar moet een patiënt met een éénkamerhart op letten?

Het is belangrijk dat een patiënt met een éénkamerhart een aantal algemene richtlijnen opvolgt om de gezondheidstoestand optimaal te houden:

  • Follow-up: Regelmatige controle is noodzakelijk om de evolutie nauwkeurig op te volgen. In principe wordt een controle om de 6 à 12 maanden aangeraden. In sommige situaties zal uw (kinder)cardioloog bepalen om sneller op controle te komen. Indien volgende klachten optreden moet er contact worden opgenomen met de behandelende (kinder)cardioloog: duizeligheid, kortademigheid, hartkloppingen, pijn op de borst, flauwvallen, versnelde vermoeidheid, dikke voeten en benen.
  • Fysieke activiteiten
  • Tandartsbezoek en endocarditispreventiePreventie van endocarditis  is belangrijk bij een éénkamerhart, omdat er een risico voor endocarditis bestaat.
  • Erfelijkheid: De laatste jaren is veel meer bekend geworden over de erfelijke factoren die een rol spelen bij het ontstaan van aangeboren hartafwijkingen. Over het algemeen kan gesteld worden dat het risico van overerfbaarheid van aangeboren hartaandoeningen klein tot onbestaande is: bij de man 3 tot 5% en bij de vrouw 5 tot 8%. Wanneer de aangeboren hartaandoening daarentegen kadert binnen een familiale belasting of gepaard gaat met andere aangeboren problemen is het belangrijk dat steeds erfelijkheidsadvies wordt ingewonnen.
  • Zwangerschap en anticonceptie
  • Beroepskeuze, tewerkstelling en verzekerbaarheid