Resultaten
Levertransplantaties
Aantal levertransplantaties 1997-2009 UZ Leuven (n=675)

Primaire diagnose voor levertransplantatie (n=675)
| Indicaties | 1997-2009 | Patiëntoverleving | |||
|---|---|---|---|---|---|
|
|
|
|
1 jaar 92% |
5 jaar 78% |
10 jaar 64% |
| Postalcohol (met en zonder HCC) Postalcohol zonder HCC |
26% 19% |
n=177 n=127 |
91% 92% |
77% 82% |
62% 75% |
| Cholestatisch | 9% | n=64 | 87% | 81% | 76% |
| Metabolisch* | 8% | n=56 | 89% | 84% | 68% |
| Polycystisch | 6% | n=39 | 92% | 89% | 89% |
| Tumoren (niet HCC) | 1% | n=7 | 100% | 75% | 75% |
| Congenitale leveraandoening | 2% | n=13 | 100% | 100% | 100% |
| Acuut leverfalen | 8% | n=56 | 78% | 73% | 69% |
| Retransplantatie | 7% | n=44 | 85% | 79% | 63% |
| Solitair HCC en andere aandoeningen | 4% | n=25 | 96% | 65% | 58% |
| HCC met en zonder primaire aandoening | 24% | n=160 | 91% | 67% | 53% |
| Andere** | 8% | n=57 | 81% | 77% | 63% |
* NASH; alfa1 antitrypsine; hemochromatose; amyloïdose
**Budd-Chiari; cryptogene cirrose; auto-immuun cirrose
Lab-MELD (Model for End-stage Liver Disease) en Match-MELD-score op moment van transplantatie
Leeftijdsverdeling leverreceptoren 2009
Wachttijd volgens Match Meld
| Meld | Mediane wachttijd 2008 | Aantal patiënten | Minimum - Maximum |
|---|---|---|---|
| Meld 0 - 10 | 408 dagen | 1 | 408 dagen |
| Meld 11 - 20 | 152 dagen | 8 | 19 - 449 dagen |
| Meld 21 - 30 | 126 dagen | 38 | 6 - 1094 dagen |
| Meld 31 - 40 | 7 dagen | 5 | 2 - 107 dagen |
Wachttijd volgens bloedgroep en Match Meld 2008
| bloedgroep | Meld 0-10 | Meld 11-20 | Meld 21-30 | Meld 31-40 |
|---|---|---|---|---|
| O | 408 dagen | 223 dagen | 160 dagen | 54 dagen |
| A | geen patiënten | 166 dagen | 110 dagen | 7 dagen |
| B | geen patiënten | 138 dagen | 103 dagen | geen patiënten |
| AB | geen patiënten | 19 dagen | geen patiënten | geen patiënten |
Evolutie actieve patiënten op de leverwachtlijst per 31-12-2009: UZ Leuven in vergelijking met de rest van België
Aantal overlijdens versus aantal registraties op de wachtlijst

10-jaars patiëntenoverleving (1997-2009) (alle indicaties): UZ Leuven (n=675 transplantaties in 631 patiënten) in vergelijking met Eurotransplant (n=11 559)
10-jaars greffeoverleving (1997-2009 alle indicaties): UZ Leuven (n=675 transplantaties) in vergelijking met Eurotransplant (n=13 356 transplantaties)

10-jaars patiëntenoverleving (1997-2009) (over de laatste 13 jaar): UZ Leuven 'electieve' (n=581) versus 'acute' (n=56) levertransplantaties

Patiëntenoverleving met HCC (primaire diagnose of geassocieerd HCC) (n=160) of geen HCC (n=477)
10-jaarspatiëntoverleving (1997-2009) (over de laatste 13 jaar): multivisceraal versus solitaire levertransplantatie
5-jaarsoverleving van patiënten getransplanteerd met een donorlever ouder dan 70 jaar versus donoren jonger dan 70 jaar (n=586)

5-jaars patiënt- versus greffeoverleving van levers afkomstig van non-heart-beating donoren
3-jaarsoverleving van patiënten in functie van MELD-score

Dunnedarmtransplantaties
In oktober 2000 en in juni 2002 ondergingen twee patiënten met het kortedarmsyndroom en TPV-geïnduceerd (=Totaal Parenterale Voeding) leverfalen een gecombineerde lever/duodenum/pancreas/darmtransplantatie. De patiënten stellen het goed respectievelijk 7,5 jaar en 6,5 jaar na transplantatie. Tot op heden heeft geen van beiden een rejectie doorgemaakt en de darmfunctie is adequaat. Deze patiënten leiden een normaal leven.
In november en december 2004 werden respectievelijk een derde lever/duodenum/pancreas/darmtransplantatie bij een tweejarig kind en een eerste solitaire dundarmtransplantatie bij een 26-jarige jongvolwassene uitgevoerd. Deze twee patiënten stellen het ook goed.
In 2007 werden drie dundarmtransplantaties verricht. Eén patiënt kreeg een gecombineerde dundarm-niertransplantatie en stelt het goed acht maanden posttransplant. Eén patiënt kreeg een lever/maag/duodenum/pancreas/darmtransplantatie; hij is overleden aan een intracraniële bloeding vier maanden posttransplant. Ten slotte, kreeg één patiënt een partiële dunne darmtransplantatie. Het ging hier om een levendedonatiedarmtransplantatie met de moeder als levende donor (twee meter van distaal ileum). De donor stelt het goed. De ontvanger herstelt nog (twee maanden posttransplant).
Greffe- en patiëntoverleving in deze reeks van acht darmtransplantaties (2000-2007) is 87,5% (follow-up: twee maanden tot 7,5 jaren).
Begin 2008 stonden er drie patiënten actief op de wachtlijst: één voor geïsoleerde darmtransplantatie en twee voor een gecombineerde lever/duodenum/pancreas/darm-transplantatie
